Een hellend dak met dakpannen is in Nederland de meest vertrouwde dakvorm, en het gaat lang mee zolang het goed wordt onderhouden. Toch komt er een moment waarop een losse pan terugleggen niet meer genoeg is: de panlatten zijn zacht geworden, de onderlaag is versleten of u wilt het dak eindelijk goed isoleren. Dit artikel legt uit hoe u de signalen herkent, wanneer repareren volstaat en wanneer de pannen eraf gaan, hoe u isoleert, welke regels er gelden en wat een dakdekker doet. Heeft u een plat dak, lees dan Plat dak vervangen. Staat er nu water op zolder, begin dan bij Lekkage: welke vakman belt u?
Signalen dat uw pannendak aandacht nodig heeft
U hoeft het dak niet op om veel te zien. Kijk vanaf de straat of de tuin, eventueel met een verrekijker, en kijk op zolder naar de binnenkant van het dak. Let op deze signalen:
- Verschoven of gebroken pannen. Storm, vorst of iemand die over het dak is gelopen, kan pannen laten verschuiven of breken. Door de opening komen regen en stuifsneeuw onder de pannen terecht.
- Loszittende vorsten en een verzakte nok. De vorsten zijn de pannen op de nok. Werden die in specie gelegd, dan kan die specie na verloop van tijd scheuren en loslaten. Een nok die zichtbaar doorbuigt, kan wijzen op een probleem in de draagconstructie; laat dat beoordelen.
- Mos en aanslag. Mos houdt vocht vast en spoelt bij regen naar de goot, waar het verstoppingen geeft. Laat het dak niet met een hogedrukreiniger schoonspuiten: dat kan het oppervlak van de pannen aantasten en water onder de pannen blazen.
- Rotte panlatten of tengels. Pannen die gaan hangen of telkens verschuiven, en latten die op zolder zichtbaar zijn en zacht of verkleurd aanvoelen, kunnen wijzen op houtrot.
- Een verweerde onderlaag. Ziet u vanaf zolder daglicht tussen de pannen, scheuren of gaten in de folie onder de pannen, of donkere vochtsporen op het dakbeschot, dan beschermt de onderlaag het dak niet meer goed.
- Lood- en zinkwerk. Rond de schoorsteen, een dakkapel en in de kilgoot zit lood of zink. Losgeraakte loodslabben en gescheurd zink zijn een veelvoorkomende bron van lekkage.
- Vochtplekken binnen. Natte isolatie of schimmel op het dakbeschot is het duidelijkste, en vaak het laatste, signaal.
Mos dat van het dak spoelt, komt in de goot terecht. Hoe u een verstopte goot aanpakt, leest u in Dakgoot schoonmaken of vervangen.
Zo is een pannendak opgebouwd
Van binnen naar buiten bestaat een traditioneel pannendak meestal uit de spanten of gordingen die het dak dragen, het dakbeschot van houten delen of plaatmateriaal, en daarop een waterkerende folie of onderlaag. Op het beschot liggen de tengels, latten die van de nok naar de goot lopen, en daaroverheen de horizontale panlatten waar de pannen aan hangen. Door de tengels ontstaat er ruimte onder de panlatten, zodat water dat onder de pannen komt naar de goot kan weglopen en er lucht kan stromen. Bij oudere woningen ontbreekt het dakbeschot soms en hangen de pannen aan latten met alleen een folie of zelfs niets eronder.
Repareren of het hele dak renoveren?
Niet elk probleem betekent een nieuw dak. Een paar gebroken pannen, een losse vorst of een lekkende loodslab herstelt een dakdekker meestal plaatselijk. Is uw pannentype niet meer verkrijgbaar, dan zoekt hij een gebruikte pan of een passend model.
Renoveren is aan de orde als de problemen niet meer plaatselijk zijn: veel poreuze of gebroken pannen, rotte panlatten op meerdere plekken, een onderlaag die over het hele dakvlak is versleten, of de wens om het dak van buitenaf te isoleren. Een volledige renovatie verloopt grofweg zo:
- de pannen gaan eraf en worden, als ze nog goed zijn, apart gezet om terug te leggen;
- de oude panlatten, tengels en onderlaag worden verwijderd;
- het dakbeschot wordt gecontroleerd en waar nodig hersteld of vervangen;
- er komt eventueel isolatie op, met een nieuwe dampopen, waterkerende laag;
- nieuwe tengels en panlatten worden aangebracht;
- de oude of nieuwe pannen gaan terug, met nieuwe vorsten op de nok en vernieuwd lood- en zinkwerk;
- de aansluiting met de goot wordt aangepast aan de nieuwe dakopbouw.
Of u de oude pannen terug kunt leggen, hangt af van hun staat; een dakdekker kan bij het afnemen beoordelen welke nog bruikbaar zijn. Een vaste levensduur voor pannen, latten of onderlaag is niet te geven: die hangt af van het materiaal, de ligging, de uitvoering en het onderhoud. Laat u leiden door de staat van het dak.
Isoleren: van buitenaf tijdens de renovatie of van binnenuit
Gaan de pannen er toch af, dan is dat het moment om te isoleren. Er zijn twee routes.
- Van buitenaf. De pannen gaan eraf, er komen isolatieplaten op het dakbeschot of op de spanten, en daarna volgen nieuwe tengels, panlatten en de pannen. Volgens Milieu Centraal is deze methode vooral geschikt als u het dak toch gaat vernieuwen, is het altijd werk voor een vakman en wordt het dak hoger, zodat ook de aansluiting met de goot opnieuw moet. Voordelen zijn een doorlopende isolatielaag en het behoud van de ruimte op zolder.
- Van binnenuit. Isolatie komt tegen de binnenkant van het dak of tussen de spanten, afgewerkt met een dampremmende laag en een plaatafwerking. Dit kan los van een dakrenovatie en kost geen werk aan de pannen, maar kost wat hoogte op zolder. Bij een dak met een slechte onderlaag of rotte latten lost binnenisolatie dat probleem niet op.
Wilt u tegelijk meer ruimte op zolder, dan kan een renovatie samengaan met het plaatsen van een dakkapel. Die heeft eigen regels, ook voor de isolatie: voor een nieuwe dakkapel gelden de nieuwbouwwaarden (artikel 5.20, derde lid, Bbl); zie Dakkapel plaatsen: vergunningvrij of vergunning nodig?
Dampremmend, dampopen en ventilatie van het dak
Bij isoleren draait veel om vocht. In een woning bevat de lucht waterdamp die door de constructie naar buiten wil. Het uitgangspunt is daarom een dampremmende laag aan de warme kant, de binnenkant, en een dampopen maar waterkerende laag aan de koude kant, onder de pannen. Vocht dat toch in de constructie komt, kan dan naar buiten weg. Zit de dichte laag aan de verkeerde kant, of zit hout tussen twee dampremmende lagen ingesloten, dan kan het hout te vochtig worden en gaan rotten. Aansluitingen bij muren, de nok, dakramen en doorvoeren moeten zorgvuldig worden afgeplakt; een kier in de dampremmer laat vochtige lucht juist op één plek de constructie in.
Ook de ruimte onder de pannen moet kunnen ventileren. Lucht stroomt bij de goot onder de pannen naar binnen en bij de nok weer naar buiten, zodat vocht wordt afgevoerd. Bij de voet van het dak hoort een voorziening die vogels en ongedierte buiten houdt zonder de luchtstroom te blokkeren, vaak vogelschroot genoemd.
En binnen? Een beter geïsoleerde en luchtdichtere woning heeft nog steeds verse lucht nodig. Milieu Centraal benadrukt dat de aanvoer van verse lucht en de afvoer van vervuilde lucht dag en nacht moeten doorgaan. Controleer na het isoleren dus of uw ventilatie op orde is.
Wat eist het Bbl, en welke subsidie en btw gelden?
Voor isolatie bij verbouw geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het uitgangspunt bij verbouwen is het rechtens verkregen niveau: de kwaliteit mag na de verbouwing niet lager zijn dan daarvoor. Voor isolatie is dat aangescherpt. Bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen moet een dak een warmteweerstand (Rc) hebben van ten minste 2,1 m²·K/W, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.
De hogere nieuwbouwwaarde geldt niet bij een gewone dakrenovatie. Die geldt wel bij een ingrijpende renovatie: als meer dan 25 procent van de totale bouwschil (dak, gevels en vloer samen) integraal wordt vernieuwd, inclusief alle lagen. Voor de vernieuwde delen geldt dan de nieuwbouwwaarde, die voor een dak van een woning Rc 6,3 m²·K/W is. Blijft het dakbeschot liggen, dan is daarvan bij een pannendak geen sprake. Wordt bij een woning met een groot dakvlak ook het beschot vernieuwd, laat dan narekenen of de grens wordt overschreden.
Voor dakisolatie kunt u als eigenaar-bewoner, dus als eigenaar die zelf in de woning woont, in aanmerking komen voor de ISDE, de landelijke subsidie die RVO uitvoert. De belangrijkste voorwaarden: het gaat om het isoleren van het bestaande dak, het nieuw aangebrachte isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²·K/W, de geïsoleerde oppervlakte van dak en eventueel zolder- of vlieringvloer is samen ten minste 20 m², een bedrijf voert het werk volledig uit en de woning is gebouwd vóór 1 januari 2019. Isolatie die al in het dak zit, telt niet mee voor de vereiste Rd-waarde. Dak en zoldervloer boven elkaar in dezelfde ruimte leveren maar voor één van beide subsidie op. U vraagt de subsidie aan na de uitvoering, binnen 24 maanden. Controleer de actuele voorwaarden op rvo.nl voordat u opdracht geeft; meer over de regeling leest u in Duurzaam verbouwen: subsidies en mogelijkheden.
Voor de btw geldt: het arbeidsloon voor het aanbrengen van isolatie aan een woning die ouder is dan twee jaar valt onder het verlaagde tarief van 9%; de isolatiematerialen zelf en het overige dakwerk, zoals het vervangen van pannen en latten, vallen onder 21%. Bij een renovatie waarbij ook de pannen worden vervangen, geldt 9% dus alleen voor de uren die aan het isoleren zijn besteed. Meer daarover in 9% of 21% btw bij verbouwen.
Asbest, vogels en zonnepanelen: denk vooruit
Asbest. Bij woningen van vóór 1994 kan er asbest in het dak zitten, bijvoorbeeld in dakleien van asbestcement, in golfplaten op een aanbouw of schuur, en in dakbeschot of plaatmateriaal onder de pannen. Of dat zo is, blijkt alleen uit onderzoek door een gecertificeerd bedrijf. Hoe dat werkt en wat u zelf mag, leest u in Asbest herkennen bij verbouwen.
Vogels. Onder dakpannen nestelen graag vogels. Nesten van wilde vogels zijn wettelijk beschermd (artikel 11.37 Besluit activiteiten leefomgeving). Bij de meeste soorten geldt die bescherming zolang het nest in gebruik is, maar van onder meer de huismus en de gierzwaluw zijn vaste nestplaatsen het hele jaar beschermd, en juist die soorten nestelen graag onder dakpannen. Laat daarom vóór de renovatie nagaan of er nesten zijn, plan het werk zo mogelijk buiten het broedseizoen, en schakel bij twijfel over de soort of bij een bewoond nest eerst een ecologisch deskundige in. Ook vleermuizen kunnen onder de pannen of achter het dakbeschot verblijven, en ook zij zijn beschermd. Volgens Milieu Centraal moet u bij het isoleren van een dak rekening houden met beschermde dieren en kan een melding via het Omgevingsloket nodig zijn; uw dakdekker of de omgevingsdienst weet welke aanpak in uw provincie geldt.
Zonnepanelen. Wilt u zonnepanelen, laat dan eerst het dak renoveren en leg de panelen daarna. Komen ze op een dak dat binnen afzienbare tijd aan vervanging toe is, dan moeten ze er later weer af. Tijdens een renovatie liggen de pannen er toch af, zodat de bevestiging en de kabeldoorvoer goed kunnen worden voorbereid. Meer daarover in Zonnepanelen laten installeren.
Vergunning en monument
Dakpannen vervangen is gewoon onderhoud. Daarvoor heeft u bij een gewone woning geen omgevingsvergunning nodig, zolang de detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet wijzigen (artikel 2.29, onder a, Bbl). Voor het technische deel geldt dat de draagconstructie niet mag veranderen. Kiest u een pan met een ander profiel of een duidelijk andere uitstraling, of wordt het dak door een dik isolatiepakket zichtbaar hoger, dan is er mogelijk geen sprake meer van gewoon onderhoud en bepaalt het omgevingsplan van uw gemeente of u een vergunning nodig heeft, zeker aan de straatkant. Doe bij twijfel de vergunningcheck in het Omgevingsloket of vraag het de gemeente; meer daarover in Wanneer heeft u een vergunning nodig?
Bij een rijksmonument is vergunningvrij alleen noodzakelijk regulier onderhoud dat is gericht op het behoud van de monumentale waarden, zolang detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet veranderen, en een inpandige wijziging aan een onderdeel van het monument dat geen monumentale waarde heeft (artikel 13.11 Besluit activiteiten leefomgeving). Andere pannen, een andere kleur of buitenisolatie die het aanzien verandert, vraagt bij een rijksmonument dus om een vergunning. Voor gemeentelijke monumenten staan de regels in het omgevingsplan of de erfgoedverordening, en in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen extra regels gelden.
Veiligheid: steiger, valbeveiliging en de dakgoot
Werken op een hellend dak is werk op hoogte. Het Arbobesluit verplicht werkgevers, en voor deze regels ook zelfstandigen zonder personeel, om maatregelen te nemen tegen valgevaar. Bij een mogelijke valhoogte van 2,5 meter of meer is er volgens het Arbobesluit in elk geval sprake van valgevaar en zijn maatregelen verplicht; ook bij een lagere valhoogte moeten maatregelen worden genomen als er valgevaar is. Daarbij gaan collectieve maatregelen, zoals een steiger of dakrandbeveiliging, voor op individuele maatregelen zoals een harnas.
Bij een renovatie staat er daarom meestal een steiger langs de goot. Een dakgoot is geen steunpunt: wie er een ladder tegen zet of erop leunt, kan de goot beschadigen en wegglijden. Ga als particulier dus niet zelf het dak op om even een pan recht te leggen. Staat de steiger deels op grond van de buren, maak dan vooraf afspraken; zie Verbouwen en de buren.
VvE, huurwoning en wie het doet
Woont u in een appartement, dan hoort het dak in de regel tot de gemeenschappelijke delen en is renovatie een zaak van de vereniging van eigenaren; wat precies gemeenschappelijk is, staat in de splitsingsakte. Het dak hoort dan in het meerjarenonderhoudsplan. Zie Verbouwen in een VvE-appartement. Huurt u, dan is groot onderhoud aan het dak een zaak van de verhuurder; meld gebreken schriftelijk. Wilt u zelf laten isoleren, vraag dan eerst schriftelijk toestemming; voor veranderingen die u bij het einde van de huur niet eenvoudig ongedaan kunt maken, is die in de regel nodig (artikel 7:215 BW).
Een pannendak renoveren is werk voor een dakdekker die gespecialiseerd is in hellende daken. Timmerwerk, zoals nieuw dakbeschot, het herstel van spanten of houtrot in de boeiboorden, doet de dakdekker zelf of hij schakelt een timmerman in. Lood- en zinkwerk hoort bij de dakdekker of een gespecialiseerde zinkwerker.
Over keurmerken: Dakmerk is een keurmerk voor het platte dak en zegt dus weinig over een pannendak. Voor bedrijven die hellende daken dekken, is Gebouwschil Nederland de branchevereniging voor dak- en gevelspecialisten; een apart keurmerk voor pannendaken met een eigen garantieregeling hebben wij niet gevonden. Vraag daarom naar referenties van vergelijkbare daken, de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering en de garantie. Meer over keurmerken leest u in Keurmerken in de bouw uitgelegd.
Wat hoort er in de offerte?
Vraag bij voorkeur twee of drie offertes aan op basis van een bezoek, waarbij de dakdekker ook op zolder kijkt. Controleer of daarin staat:
- de oppervlakte van het dak en wat er precies gebeurt: reparatie, gedeeltelijke of volledige renovatie;
- of de pannen worden hergebruikt of vervangen, en zo ja welk type, welke kleur en hoe gebroken pannen worden aangevuld;
- de onderlaag, tengels en panlatten, en hoe het dakbeschot wordt gecontroleerd;
- de isolatie: binnen of buiten, materiaal, dikte en de Rc- of Rd-waarde, en de dampremmende en dampopen lagen;
- de nok en vorsten, het lood- en zinkwerk en de aansluiting met goot, schoorsteen en dakramen;
- de ventilatie onder de pannen en de vogelwering bij de voet;
- de steiger en valbeveiliging, en wie die regelt;
- hoe meerwerk wordt berekend als het beschot of de spanten rot blijken, als er asbest wordt gevonden of als er nesten zijn;
- de afvoer van oud materiaal, de planning, de garantie en de verzekering;
- een factuur met de splitsing tussen isolatiewerk en overig werk voor de btw en de gegevens die u voor de ISDE nodig heeft.
Hoe u offertes eerlijk naast elkaar legt, leest u in Offerte vergelijken: zo leest u een bouwofferte.
Samengevat: laat losse pannen en lood snel herstellen, en kies voor renovatie als latten, onderlaag en pannen over het hele dak zijn aangetast. Dat is meteen het moment om te isoleren, aan vogels en asbest te denken en zonnepanelen voor te bereiden. Op VerbouwPro plaatst u uw klus kosteloos en reageren dakdekkers uit uw regio.