Nieuwe verf op de muren en het plafond is een van de snelste manieren om een woning op te frissen. Toch ziet u het verschil tussen goed en matig schilderwerk vaak pas na een paar weken: strepen in het strijklicht van een raam, verf die bij de plinten loslaat, doorschijnende vlekken op het plafond of schimmel die in de badkamer binnen een jaar terug is. Bijna altijd ligt de oorzaak in de voorbereiding of in een verf die niet bij de ruimte past. Dit artikel gaat over binnenschilderwerk: wanneer u het zelf kunt doen en wanneer een schilder verstandiger is, hoe de ondergrond wordt voorbereid, welke verf waar hoort, waar u op let bij vochtige ruimtes, plafonds en houtwerk, en wat er in de offerte moet staan. Voor schilderwerk aan de buitenkant van de woning leest u Buitenschilderwerk: wanneer schilderen, welk weer en wat de schilder doet.
Zelf schilderen of een schilder inhuren?
Een muur in een slaapkamer of woonkamer sauzen is voor veel handige particulieren goed te doen. Het vraagt vooral geduld bij het afplakken en voorbereiden, en een goede roller. Er zijn wel situaties waarin het verschil met een vakman groot is:
- Plafonds. Een plafond streeploos schilderen is lastiger dan een muur: u werkt boven uw hoofd, de verf droogt terwijl u bezig bent, en elk aanzetje is zichtbaar in het licht van de ramen.
- Hoge ruimtes en trapgaten. Een vide of trapgat vraagt om een steiger of een stabiele werkplek op hoogte. Een schilder heeft daar het materiaal voor; een wankele ladder op een trap is een bekende oorzaak van valongelukken.
- Grote oppervlakken en strakke eisen. Wie een hele woning wil laten schilderen, bijvoorbeeld voor verkoop of na een verbouwing, is met een schilder vaak sneller en gelijkmatiger klaar.
- Lastige ondergronden. Krijtende oude sauslagen, vlekken die blijven doorslaan, nieuw stucwerk en schimmel vragen kennis van voorstrijkmiddelen en isolerende grondverven.
- Houtwerk in hoogglans. Deuren, kozijnen en trappen strak aflakken zonder lopers en kwaststrepen is echt vakwerk.
Wat u bij een verbouwing verder zelf kunt doen en wat beter niet, leest u in Wat kunt u zelf doen bij een verbouwing en wat beter niet.
De voorbereiding: waar het resultaat wordt bepaald
Een schilder besteedt bij binnenwerk vaak meer tijd aan voorbereiden dan aan het schilderen zelf. De stappen die in een goede aanpak terugkomen:
- Leegmaken en afdekken. Meubels gaan naar het midden van de kamer of de kamer uit, vloeren worden afgedekt met stucloper of afdekfolie, en schakelaars, stopcontacten en lampen worden afgeschroefd of afgeplakt.
- Reinigen en ontvetten. Muren in de keuken, rond lichtschakelaars en in de gang zijn vaak vettiger dan ze lijken. Op een vettige ondergrond hecht verf slecht; de schilder neemt die plekken af met een ontvetter en spoelt na.
- Gaten en scheuren vullen. Spijkergaten, pluggaten en kleine scheuren worden gevuld met een vulmiddel en na droging glad geschuurd. Grotere beschadigingen of loszittend pleisterwerk zijn eerder werk voor een stukadoor. Terugkerende scheuren op dezelfde plek, bijvoorbeeld bij de aansluiting van plafond en wand, kunnen wijzen op werking in de constructie; dan helpt vullen alleen tijdelijk.
- Schuren. Bestaande glanzende verflagen worden licht opgeschuurd zodat de nieuwe laag kan hechten, en gevulde plekken worden vlak geschuurd.
- Afplakken. Plinten, kozijnen en de overgang naar het plafond worden afgeplakt met schilderstape, tenzij de schilder uit de vrije hand een strakke lijn trekt.
- Voorstrijken. Een poreuze of ongelijk zuigende ondergrond krijgt eerst een voorstrijkmiddel of primer, zodat de muurverf gelijkmatig opdroogt en niet vlekkerig wordt.
De afgeeftest: krijtende oude lagen
In oudere woningen zitten op muren en plafonds soms oude sauslagen op basis van krijt of kalk. Wrijf met een vochtige vinger of een donkere doek over het oppervlak: blijft er wit poeder aan zitten, dan krijt de ondergrond. Nieuwe muurverf hecht daar slecht op en kan gaan bladderen. Een schilder verwijdert zulke lagen of zet ze vast met een fixeermiddel voordat hij gaat schilderen.
Nieuw stucwerk: eerst laten drogen
Op nieuw stucwerk of een pas gestuct plafond kunt u niet direct schilderen. Het stucwerk moet eerst goed uitdrogen, wat afhankelijk van de laagdikte, de temperatuur en de ventilatie al snel enkele weken duurt. Droog stucwerk is egaal licht van kleur; donkere vlekken wijzen op vocht dat nog moet verdampen. Daarna krijgt het een voorstrijkmiddel, omdat nieuw stucwerk sterk zuigt. Wie te vroeg schildert, sluit vocht in, met kans op loslatende verf en vlekken. Wat het verschil is tussen glad stucwerk, spack en sierpleister, leest u in Stukadoor of spackspuiter.
Welke muurverf: latex, acrylaat en de glansgraad
Voor muren en plafonds gebruikt een schilder vrijwel altijd watergedragen muurverf. In de volksmond heet die vaak latex, ook als er technisch geen latex in zit. Het verschil zit vooral in het bindmiddel en daarmee in de kwaliteit:
- Gangbare muurverf (latex). Geschikt voor muren en plafonds in woonkamer en slaapkamer die weinig te verduren krijgen. Goed dampopen en eenvoudig te verwerken.
- Acrylaatmuurverf. Muurverf met een acrylaatbindmiddel is doorgaans slijtvaster en beter afwasbaar. Schilders kiezen die voor gangen, trappenhuizen, kinderkamers, keukens en andere plekken waar muren worden aangeraakt of schoongemaakt.
Daarnaast kiest u een glansgraad. Mat verbergt oneffenheden in de muur het best en is de standaard voor plafonds, omdat strijklicht daar elke onregelmatigheid zichtbaar maakt. Zijdemat en zijdeglans zijn beter afwasbaar, maar laten oneffenheden en aanzetten eerder zien; ze vragen dus een strakke ondergrond.
Schrobvastheid en de klassen van NEN-EN 13300
Op het etiket of het technisch informatieblad van muurverf staat vaak een klasse voor natte schrobvastheid volgens de Europese norm NEN-EN 13300. Die norm deelt muurverf voor binnen in vijf klassen in, waarbij klasse 1 het best tegen schrobben bestand is en klasse 5 het minst. Dezelfde norm kent ook klassen voor dekkracht en een indeling naar glansgraad. Voor muren die regelmatig worden afgenomen, zoals in de keuken, de gang of een kinderkamer, is een verf in klasse 1 of 2 een verstandige keuze; voor een plafond in de slaapkamer is dat minder belangrijk. Vraag de schilder welke klasse hij voorstelt.
Vluchtige organische stoffen
Verf kan vluchtige organische stoffen (VOS) bevatten, oplosmiddelen die tijdens het drogen verdampen en die u inademt. De Europese richtlijn 2004/42/EG (de Decopaint-richtlijn) stelt per productcategorie een maximum aan het VOS-gehalte van verf en lak die in de handel worden gebracht, ook voor muurverf voor binnen. Voor professionals, ook zzp'ers, geldt daarnaast de Arbeidsomstandighedenregeling: wie beroepsmatig verf of lak aanbrengt in woningen en andere gebouwen, mag op enkele uitzonderingen na alleen producten gebruiken met ten hoogste 60 gram VOS per liter voor muurverf en 100 gram per liter voor andere producten, zoals lak. In de praktijk komt dat neer op watergedragen verf en lak. Als particulier valt u niet onder die arboregels, maar ook dan is watergedragen verf binnen de verstandige keuze.
Badkamer, keuken en andere vochtige ruimtes
In de badkamer, de keuken, de wasruimte en het toilet krijgt verf het zwaarder te verduren door waterdamp en condens. Daar is een vochtbestendige muurverf op zijn plaats, en voor plekken waar al eens schimmel zat bestaat schimmelwerende muurverf met een toevoeging die de groei van schimmel op de verflaag remt.
Belangrijk is de volgorde. Schimmelwerende verf bestrijdt geen oorzaak: als de ruimte onvoldoende wordt geventileerd of als er vocht door een muur komt, keert de schimmel terug. Bestaande schimmel wordt eerst grondig verwijderd en de ondergrond moet droog zijn voordat er geschilderd wordt. Laat bij terugkerende schimmel eerst uitzoeken waar het vocht vandaan komt; de signalen en de vakman per oorzaak vindt u in Vocht en schimmel in huis herkennen. Een goed werkende afzuiging of een raam dat open kan, is in de badkamer minstens zo belangrijk als de verf.
Plafonds, oud spuitwerk en asbest
Bij plafonds komen twee vragen samen: in welke staat is het plafond en wat zit erop? Een glad gestuct of eerder gesausd plafond is meestal gewoon over te schilderen, na het vullen van scheurtjes en het behandelen van vlekken. Vlekken van lekkage, nicotine of roet slaan door gewone muurverf heen; een schilder zet ze eerst vast met een isolerende grondverf.
Anders ligt het bij oud spuitwerk, de grove structuurlaag die op veel plafonds uit de jaren zestig tot en met tachtig zit. In woningen die vóór 1994 zijn gebouwd of verbouwd, kan zulk spuitwerk asbest bevatten. Schuren, afsteken, afkrabben of erin boren laat dan vezels vrij. Laat bij twijfel eerst een asbestinventarisatie of een monsteronderzoek doen voordat de schilder iets anders doet dan voorzichtig afdekken. Een goede schilder vraagt daar zelf naar. Meer over de regels en stappen leest u in Asbest herkennen bij verbouwen, en over de keuze tussen opnieuw stucen, spuiten of een verlaagd plafond in Plafond laten stucen of spuiten.
Ook spuitwerk zonder asbest is niet altijd zonder meer over te schilderen. Een structuurlaag zuigt sterk en sommige oude lagen worden zacht of laten los als ze nat worden. Een schilder test daarom eerst op een klein stuk hoe de ondergrond reageert.
Binnenhoutwerk: deuren, kozijnen en plinten
Deuren, binnenkozijnen, plinten, traphekken en vensterbanken worden niet met muurverf maar met lakverf geschilderd. Dat gebeurt in een vaste opbouw: ontvetten, schuren, kale plekken gronden, eventueel een voorlak en tot slot een aflak in de gewenste glansgraad. Voor binnenwerk gebruiken schilders vrijwel altijd watergedragen acryllak, die snel droogt, weinig ruikt en wit minder laat vergelen dan klassieke alkydlak op terpentinebasis. Bij deuren en kozijnen die al met alkydlak zijn geschilderd, is goed schuren en een geschikte hechtprimer belangrijk, anders hecht de nieuwe laag slecht.
In woningen van vóór de Tweede Wereldoorlog kunnen de onderste verflagen op binnenhoutwerk lood bevatten. Loodwit is voor binnenschilderwerk al sinds 1939 verboden, maar oudere lagen kunnen er nog onder zitten. Bij het schuren van zulke lagen komt loodhoudend stof vrij; laat de schilder bij twijfel eerst testen en nat of met stofafzuiging schuren.
Ventileren tijdens en na het schilderen
Ook watergedragen verf geeft tijdens het drogen stoffen en vocht af. Zet tijdens het schilderen en de dagen daarna ramen of roosters open en laat de mechanische ventilatie op een hogere stand draaien, zodat de verf goed droogt en de lucht schoon blijft. Slaap bij voorkeur niet in een kamer die net geschilderd is, zeker niet met jonge kinderen, en ventileer extra lang als er toch een product met oplosmiddelen is gebruikt. Let wel op de temperatuur: muurverf moet boven een minimumtemperatuur worden verwerkt die de fabrikant op de verpakking noemt, dus zet in de winter de verwarming niet helemaal uit.
Wanneer laat u binnen schilderen?
Binnenschilderwerk is niet afhankelijk van het weer en kan het hele jaar door. Schilders zijn in het voorjaar en de zomer vaak druk met buitenwerk, en plannen binnenwerk daarom graag in het najaar en de winter. Wie in die periode een offerte aanvraagt, heeft meestal meer keuze in planning. Bij een verbouwing komt de schilder als een van de laatsten: na de stukadoor, de elektricien en de timmerman, en voor de vloer wordt gelegd of nadat die goed is afgedekt. Reken bij nieuw stucwerk de droogtijd mee in de planning.
Btw: 9% voor schilderwerk in uw woning
Voor het schilderen van een woning die ouder is dan twee jaar geldt het verlaagde btw-tarief van 9%. Volgens de Belastingdienst geldt dat niet alleen voor de arbeid, maar ook voor de voorbereiding en voor de verf en andere materialen die de schilder bij het werk gebruikt en levert. Verf die u zelf in de bouwmarkt koopt, valt daar niet onder; die is belast met 21%. Schildert de schilder in een nieuwbouwwoning of een woning die minder dan twee jaar in gebruik is, dan rekent hij 21%. Wat er verder onder het lage tarief valt, leest u in 9 of 21 procent btw bij verbouwen.
Wat de schilder doet en wat er in de offerte hoort
Een goede schilder komt eerst kijken voordat hij een offerte maakt. Hij beoordeelt de ondergrond, kijkt naar vocht, scheuren en oude lagen, en vraagt naar het gewenste resultaat. Schilders rekenen binnenwerk meestal per vierkante meter of op basis van een geschat aantal uren plus materiaal; beide kan, zolang duidelijk is wat er wel en niet onder valt. Controleer of deze punten in de offerte staan:
- Welke ruimtes en oppervlakken: muren, plafonds, houtwerk, en of kasten, radiatoren en leidingen worden meegeschilderd.
- Voorbereiding: ontvetten, vullen, schuren, voorstrijken, en hoe met scheuren en vlekken wordt omgegaan.
- Aantal lagen per oppervlak, en welke grondverf of primer wordt gebruikt.
- Merk en type verf, met glansgraad, kleur en zo mogelijk de schrobvastheidsklasse.
- Meubels en afdekken: wie verplaatst de meubels, hoe worden vloeren en inrichting beschermd, en wie ruimt na afloop op.
- Meerwerk: hoe wordt gerekend als bij het schuren meer schade of een slechtere ondergrond tevoorschijn komt.
- Planning en btw: wanneer, hoeveel dagen, en of het lage btw-tarief is toegepast.
Hoe u offertes eerlijk naast elkaar legt, leest u in Offerte vergelijken: zo leest u een bouwofferte.
Samengevat: laat de ondergrond goed voorbereiden, kies muurverf die past bij hoe intensief de ruimte wordt gebruikt, wees voorzichtig met oud spuitwerk, ventileer goed en vraag een offerte die voorbereiding, lagen en verfsoort uitschrijft. Op VerbouwPro plaatst u uw schilderklus kosteloos en reageren schilders uit uw regio.