VerbouwPro
Onderhoud

Buitenschilderwerk: wanneer schilderen, welk weer en wat de schilder doet

9 oktober 202613 min leestijdVerbouwPro Redactie

Buitenschilderwerk beschermt houten kozijnen, deuren en boeidelen tegen vocht en houtrot, maar alleen als het op tijd en onder de juiste omstandigheden gebeurt. Welke signalen laten zien dat het schilderwerk aan de beurt is, hoe vaak u moet schilderen, bij welk weer een schilder wel en niet aan de slag gaat en welke stappen goed schilderwerk kenmerken. Met aandacht voor lood in oude verf, steigers, de VvE, onderhoudscontracten en wat er in een offerte hoort.

Buitenschilderwerk is geen kwestie van uiterlijk alleen. Een gesloten verflaag houdt regenwater uit houten kozijnen, ramen, deuren, boeidelen en windveren; zodra die laag openbarst, trekt het hout vocht op en begint het proces dat eindigt in houtrot. Wie het schilderwerk een paar jaar te lang laat liggen, betaalt dat later terug in timmerwerk in plaats van schilderwerk. Dit artikel gaat over het moment van schilderen: hoe u ziet dat het nodig is, hoe vaak het moet, bij welk weer een schilder kan werken en wat een goede schilder stap voor stap doet. Een overzicht van al het onderhoud door het jaar heen vindt u in de onderhoudskalender voor uw woning.

Signalen dat het schilderwerk aan de beurt is

Loop minstens één keer per jaar, bij voorkeur in het voorjaar, rond de woning en bekijk het schilderwerk van dichtbij. Let vooral op de plekken waar water blijft staan of naar binnen kan: de onderdorpels van ramen en deuren, de hoekverbindingen van kozijnen en de onderkant van boeidelen. De belangrijkste signalen:

  • Afbladderen. Verf die in schilfers loslaat, hecht niet meer en laat water direct op het hout toe. Vaak zit er vocht achter de verflaag.
  • Kale plekken. Waar het hout bloot ligt, grijst het binnen korte tijd en neemt het water op.
  • Krijten. Strijkt u met uw vinger over de verf en blijft er een poederachtige laag aan uw vinger zitten, dan is het bindmiddel door zonlicht afgebroken. De verf beschermt dan steeds minder, ook als hij er nog redelijk uitziet.
  • Scheurtjes in de verf. Haarscheurtjes, vooral in de lengterichting van het hout en bij verbindingen, laten water binnen dat niet meer naar buiten kan.
  • Openstaande verbindingen en kitnaden. Een open naad in een hoekverbinding of tussen kozijn en glaslat is een directe ingang voor water.
  • Houtrot. Prik met een schroevendraaier of een priem in de onderdorpel en de hoeken. Zakt de punt zonder moeite in het hout, dan is het hout zacht en is er houtrot. Bladderende verf op één plek met daaronder donker of zacht hout is vaak het eerste zichtbare teken.

Ziet u alleen dof geworden of licht verkleurde verf, dan volstaat vaak een wasbeurt en is een complete schilderbeurt nog niet nodig. Ziet u afbladderen, kale plekken of zacht hout, dan is het tijd voor een schilder, en bij houtrot ook voor een timmerman.

Hoe vaak moet u buiten schilderen?

Houten kozijnen en ander buitenhoutwerk worden in de regel elke vijf tot acht jaar volledig overgeschilderd, afhankelijk van verfsysteem, kleur en oriëntatie. Tussendoor is het verstandig het schilderwerk jaarlijks te wassen en beschadigingen bij te werken voordat er vocht achter de verf komt. Waarom de spreiding zo groot is:

  • Oriëntatie. De zuid- en westgevel krijgen de meeste zon en de meeste regen met wind. Daar breekt de verf het snelst af en gaan schilderbeurten eerder. Aan de noordkant blijft verf langer goed, al kan daar groene aanslag ontstaan door het vochtigere klimaat.
  • Kleur. Donkere kleuren warmen in de zon veel sterker op dan lichte. Het hout werkt daardoor meer, wat scheurtjes in de verf en openstaande verbindingen in de hand werkt.
  • Verfsysteem. Een complete opbouw met grondverf, voorlak en aflak in voldoende laagdikte gaat langer mee dan één snelle laag over oud werk. Sommige fabrikanten bieden systemen met een langere onderhoudscyclus als de opbouw volgens hun voorschrift is uitgevoerd.
  • Houtsoort en detaillering. Hout dat goed afwatert, zoals een onderdorpel met afschot, houdt de verf langer intact dan een vlak detail waarop water blijft staan.

Wacht u te lang, dan is het herstel ingrijpender: afgebladderde verf moet dan helemaal worden verwijderd en houtrot moet worden uitgefreesd of vervangen. Op tijd schilderen is daardoor bijna altijd minder werk dan te laat schilderen. Overweegt u bij slechte kozijnen vervanging door kunststof of aluminium, lees dan Kozijnen vervangen: hout, kunststof of aluminium.

Welk weer is geschikt voor buitenschilderwerk?

Verf moet kunnen hechten, uitvloeien en drogen. Dat lukt alleen als het hout droog is en het weer meewerkt. Een vakkundige schilder let op vier dingen.

  • Temperatuur. De meeste buitenverven mogen pas worden verwerkt als de lucht- en ondergrondtemperatuur boven een minimum liggen, vaak rond de vijf graden Celsius; voor watergedragen verf ligt dat minimum vaak hoger, rond zeven tot tien graden. Het gaat niet alleen om de temperatuur overdag: koelt het 's nachts sterk af, dan droogt de verf slecht.
  • Luchtvochtigheid en dauwpunt. Bij een hoge relatieve luchtvochtigheid droogt verf langzaam en kan er condens op de ondergrond ontstaan. Verffabrikanten hanteren meestal een maximale relatieve luchtvochtigheid van vijfentachtig procent, en de ondergrond moet ten minste drie graden warmer zijn dan het dauwpunt. In de vroege ochtend en aan het eind van de middag in het najaar slaat er vaak dauw neer; dan stopt een goede schilder.
  • Geen regen. Het hout moet droog zijn, niet alleen aan het oppervlak. Na een regenperiode heeft hout tijd nodig om op te drogen; schilders meten bij twijfel het vochtgehalte van het hout. Verse verf die binnen enkele uren nat regent, kan vlekken en slecht uitharden.
  • Niet in de volle zon. In de volle zon droogt de verf aan het oppervlak te snel, waardoor hij slecht uitvloeit, aanzetten zichtbaar worden en blaasjes kunnen ontstaan. Schilders volgen daarom de zon: 's ochtends de westgevel, 's middags de oostgevel, en de zuidgevel bij voorkeur vroeg of laat op de dag.

Het buitenseizoen loopt daardoor ruwweg van april tot en met oktober. Het voorjaar en de nazomer zijn vaak het prettigst: niet te heet, niet te nat. In juli en augustus kan het op de zonzijde te warm zijn, en vanaf oktober worden de dagen kort en de ochtenden vochtig. Schilders hebben in het voorjaar en de zomer het drukst; wie in het najaar of de winter een offerte aanvraagt, heeft de meeste keuze in planning. Binnenschilderwerk kan het hele jaar door en schilders plannen dat graag in de wintermaanden.

Wat de schilder stap voor stap doet

Het verschil tussen schilderwerk dat drie jaar en schilderwerk dat acht jaar meegaat, zit vooral in de voorbereiding. Een goede schilder werkt in deze volgorde:

  1. Inspectie. De schilder loopt alle te schilderen delen na, prikt in onderdorpels en verbindingen op houtrot en noteert welke delen extra aandacht vragen. Een goede offerte is op die inspectie gebaseerd.
  2. Reinigen en ontvetten. Vuil, groene aanslag en vet worden verwijderd met een ontvettend reinigingsmiddel en daarna nagespoeld. Op een vuile ondergrond hecht geen enkele verf goed.
  3. Losse verf verwijderen en schuren. Bladderende verf wordt weggestoken of afgekrabd, randen worden bijgeschuurd zodat er geen opstaande kanten blijven, en de bestaande verflaag wordt licht opgeschuurd zodat de nieuwe laag kan hechten. Is de oude verf in slechte staat, dan wordt hij geheel verwijderd.
  4. Houtrot herstellen. Kleine plekken worden uitgefreesd tot gezond hout en opgevuld met een tweecomponenten-reparatiemiddel voor hout, dat na uitharden wordt geschuurd en meegeschilderd. Is de rot te omvangrijk, bijvoorbeeld in een hele onderdorpel of een kozijnstijl, dan vervangt een timmerman het aangetaste deel door nieuw hout, of in het uiterste geval het hele kozijn. Bespreek vooraf wie dit doet; veel schildersbedrijven doen klein houtrotherstel zelf en schakelen voor vervanging een timmerman in.
  5. Kitwerk. Open naden tussen kozijn en metselwerk en tussen glas en glaslatten worden van oude, losse kit ontdaan en opnieuw afgekit, met een kit die overschilderbaar is waar dat nodig is.
  6. Gronden. Kaal hout en reparaties krijgen eerst een grondverf, die de hechting verzorgt en het hout afsluit.
  7. Voorlakken. Een voorlak vult kleine oneffenheden op en bouwt laagdikte op. Na droging wordt licht tussengeschuurd.
  8. Aflakken. De aflak geeft kleur, glans en de eigenlijke bescherming tegen weer en zon. Op zwaar belaste delen, zoals onderdorpels, brengen schilders soms een extra laag aan.

Bij al deze stappen is de laagdikte belangrijk. De fabrikant geeft per product aan welke droge laagdikte nodig is; een te dunne opbouw slijt snel door, een te dikke laag kan scheuren of slecht doorharden. Ook de droogtijd tussen de lagen moet worden aangehouden. Vraag de schilder welk systeem hij gebruikt en hoeveel lagen hij aanbrengt.

Dekkend of transparant, alkyd of watergedragen

Voor buitenhout zijn er twee hoofdsoorten afwerking. Dekkende verf vormt een gesloten, gekleurde laag en is gebruikelijk voor kozijnen, ramen en deuren. Een beits is transparant of halfdekkend, laat de houtnerf zien en vormt een dunnere laag die meer vocht doorlaat. Beits bladdert minder, maar slijt sneller en vraagt vaker onderhoud; hij wordt vooral gebruikt op schuttingen, gevelbetimmering en tuinhout. Een transparante afwerking biedt bovendien minder bescherming tegen uv-licht, waardoor het hout eronder kan vergrijzen.

Daarnaast is er de keuze tussen verf op basis van oplosmiddelen, meestal alkydverf, en watergedragen verf. Alkydverf vloeit mooi uit, geeft een hoge glans en is lang de standaard geweest voor buitenwerk. Watergedragen verf bevat veel minder vluchtige organische stoffen (VOS), droogt sneller, vergeelt minder en blijft langer elastisch, maar is gevoeliger voor de verwerkingsomstandigheden. Europese regels (richtlijn 2004/42/EG) beperken het gehalte aan vluchtige organische stoffen in verf, en volgens de Arboregeling mogen professionele schilders binnenshuis alleen verf met weinig oplosmiddelen gebruiken, in de praktijk watergedragen verf. Voor buitenwerk geldt die arboregel niet. Voor buitenwerk zijn beide soorten gangbaar. Belangrijker dan de keuze zelf is dat het nieuwe systeem verdraagzaam is met de bestaande verflaag; een goede schilder controleert dat bij de inspectie.

Lood in oude verf

In oudere woningen kan in de onderste verflagen lood zitten, bijvoorbeeld in loodwit of in menie als grondlaag. Loodwit is in Nederland voor binnenschilderwerk al sinds 1939 verboden, maar voor buitenschilderwerk pas sinds 2009, en loodmenie sinds 1990. Juist in oud buitenschilderwerk, zeker bij woningen van vóór 1990, kunnen de onderste lagen dus lood bevatten. Zolang de verf intact is, is het risico klein. Bij schuren, afbranden of afkrabben komt echter loodhoudend stof of damp vrij, dat schadelijk is bij inademen of inslikken, vooral voor jonge kinderen en zwangere vrouwen.

Een schilder die met loodhoudende verf werkt, schuurt nat of machinaal met stofafzuiging, brandt de verf niet af met een open vlam of te hete föhn, dekt de grond af en ruimt het afval apart op. Twijfelt u, vraag de schilder dan om de verf te testen voordat hij gaat schuren; daar zijn eenvoudige testmiddelen voor.

Steiger, hoogwerker en veiligheid

De begane grond kan vanaf de grond of een trapje, maar voor de verdiepingen, de dakkapel en de boeidelen is werken op hoogte nodig. Voor professionals gelden de regels uit het Arbobesluit: bij valgevaar, in elk geval vanaf 2,5 meter hoogte, moeten maatregelen tegen vallen worden genomen, en een ladder mag alleen als werkplek op hoogte dienen als het risico gering is en het werk kort duurt of de plek geen veiliger middel toelaat. Een schilder werkt daarom op de hogere delen met een rolsteiger, een vaste steiger of een hoogwerker. Komt de steiger op de stoep of de straat, dan gelden de regels van de gemeente: vaak is een vergunning of melding nodig, soms volstaat het naleven van gemeentelijke regels; doorgaans regelt het steigerbedrijf of de schilder dit.

Als particulier valt u niet onder het Arbobesluit, maar de risico's zijn dezelfde. Volgens het RIVM valt ongeveer vijf procent van de mensen die na een ongeval met een consumentenproduct op de spoedeisende hulp belanden van een draagbare trap of ladder; dat zijn er jaarlijks enkele duizenden. Schilder zelf alleen wat u veilig vanaf de grond of een stabiele, goed geplaatste ladder kunt bereiken, en laat de verdiepingen aan een vakman over. Wat u verder wel en niet zelf kunt doen, leest u in Wat kunt u zelf doen bij een verbouwing. Een steiger die er toch staat, kan ook gebruikt worden voor andere klussen op hoogte, zoals goten, voegwerk of dakrandafwerking; dat scheelt dubbel werk.

VvE, huurwoning en onderhoudscontract

Woont u in een appartement, dan is het buitenschilderwerk in de regel een zaak van de vereniging van eigenaren. Volgens de modelreglementen van de notarissen (2006 en 2017) zijn de kozijnen in de gevels gemeenschappelijk, maar uw eigen splitsingsakte en reglement kunnen daarvan afwijken. Het buitenschilderwerk staat dan in het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van de VvE, waarin is vastgelegd wanneer welk onderhoud gebeurt en hoeveel er daarvoor wordt gereserveerd. Kijk in uw splitsingsakte en reglement wat precies van u is en wat van de VvE, voordat u zelf een schilder inhuurt.

Huurt u, dan is buitenschilderwerk groot onderhoud en daarmee voor rekening van de verhuurder; kleine herstellingen, zoals het schilderen van binnenhoutwerk, zijn volgens het Besluit kleine herstellingen voor de huurder. Meld afbladderende verf of houtrot dus bij uw verhuurder.

Voor eigenaren van een eengezinswoning bieden veel schildersbedrijven een onderhoudscontract aan. Daarin spreekt u een cyclus af, bijvoorbeeld een volledige schilderbeurt en tussentijdse inspecties en bijwerkbeurten, zodat het schilderwerk nooit achterloopt. Schilders koppelen daar vaak een garantie aan op het schilderwerk, omdat ze zelf het onderhoud in de hand hebben. Lees de voorwaarden goed: garanties gelden meestal niet voor houtrot dat al aanwezig was of voor schade door andere oorzaken. Schildersbedrijven die lid zijn van de brancheorganisatie OnderhoudNL en het kwaliteitstraject van die organisatie hebben doorlopen, kunnen het keurmerk Vakwerk Plusgarantie (voorheen OnderhoudNL Garantie) voeren; zij werken met eigen consumentenvoorwaarden met een geschillenregeling en een nakomingsgarantie via de Geschillencommissie.

Wat hoort er in de offerte?

Schilderoffertes zijn lastig te vergelijken als ze verschillende dingen bevatten. Vraag ten minste twee of drie offertes aan en controleer of ze dezelfde onderdelen noemen:

  • Welke delen en oppervlakken worden geschilderd: kozijnen, ramen, deuren, boeidelen, windveren, dakkapel, gevelbetimmering, en aan welke gevels.
  • Voorbehandeling: reinigen, schuren, verwijderen van oude verf, kitwerk.
  • Aantal lagen en de opbouw: grondverf, voorlak, aflak.
  • Merk en verfsysteem, inclusief kleur en glansgraad.
  • Houtrotherstel apart gespecificeerd: hoeveel herstel is inbegrepen en hoe wordt meerwerk berekend als er bij het schuren meer rot blijkt te zitten.
  • Steiger, rolsteiger of hoogwerker: inbegrepen of niet, en wie eventuele vergunning voor plaatsing op de openbare weg regelt.
  • Garantie: hoe lang, op welke delen en onder welke voorwaarden.
  • Planning: in welke periode, en wat er gebeurt bij slecht weer.

Hoe u offertes naast elkaar legt en waar de verschillen meestal zitten, leest u in Offerte vergelijken: zo leest u een bouwofferte.

Zelf schilderen of een schilder inhuren?

Buitenschilderwerk op de begane grond, zoals een voordeur of een tuinkozijn, is voor een handige particulier goed te doen, mits u de voorbereiding serieus neemt: reinigen, schuren, gronden en de juiste weersomstandigheden afwachten. Het verschil met een vakman zit vooral in de voorbereiding en de laagopbouw, niet in het kwasten zelf. Een schilder heeft daarnaast de middelen om veilig op hoogte te werken, herkent houtrot en loodhoudende verf, en kent de verfsystemen. Voor de verdiepingen, uitgebreid houtrotherstel, en woningen met mogelijk loodhoudende verf is een vakman de verstandige keuze.

Samengevat: kijk elk voorjaar naar het schilderwerk, schilder volledig elke vijf tot acht jaar en aan de zonzijde eerder, laat het werk doen bij droog, niet te koud en niet te vochtig weer, en kies een schilder die de voorbereiding, het houtrotherstel en de laagopbouw in zijn offerte uitschrijft. Op VerbouwPro plaatst u uw schilderklus kosteloos en reageren schilders en timmerlieden uit uw regio.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet het buitenschilderwerk worden gedaan?
Houten kozijnen en ander buitenhoutwerk worden in de regel elke vijf tot acht jaar volledig overgeschilderd, afhankelijk van verfsysteem, kleur en oriëntatie. Aan de zon- en windzijde is dat eerder nodig dan aan de noordkant. Was het schilderwerk tussendoor jaarlijks en laat beschadigingen bijwerken voordat er vocht achter de verf komt.
Bij welk weer kan een schilder buiten schilderen?
Het hout moet droog zijn, het mag niet regenen en de temperatuur van lucht en ondergrond moet boven het minimum liggen dat de verffabrikant opgeeft, vaak rond vijf graden of hoger. Bij een hoge luchtvochtigheid, dauw of in de volle zon stopt een goede schilder of werkt hij aan een andere gevel. Het buitenseizoen loopt daardoor ruwweg van april tot en met oktober.
Hoe herken ik houtrot in mijn kozijnen?
Houtrot zit meestal op de plekken waar water blijft staan: onderdorpels, hoekverbindingen en de onderkant van stijlen. Prik met een schroevendraaier in het hout; zakt de punt er gemakkelijk in, dan is het hout zacht en rot. Afbladderende verf met donker hout eronder is vaak het eerste zichtbare teken.
Is lood in oude verf gevaarlijk?
Zolang de verf intact is, is het risico klein. Bij schuren, afkrabben of afbranden komt loodhoudend stof of damp vrij, dat schadelijk is, vooral voor jonge kinderen en zwangere vrouwen. Laat bij een oudere woning de verf testen en kies een schilder die nat schuurt of met stofafzuiging werkt en het afval apart afvoert.
Wat moet er in een offerte voor buitenschilderwerk staan?
Welke delen worden geschilderd, welke voorbehandeling wordt gedaan, hoeveel lagen met welk merk en verfsysteem, en of steiger of hoogwerker is inbegrepen. Vraag ook dat houtrotherstel apart wordt gespecificeerd, met een afspraak over meerwerk, en welke garantie de schilder geeft. Zo kunt u offertes eerlijk vergelijken.

Meer uit Onderhoud

Onderhoud

Glas vervangen: HR++ of triple glas, condens tussen de ruiten en wat de glaszetter doet

Condens tussen de ruiten, een barst of nog enkel glas: er zijn veel redenen om het glas in uw bestaande kozijnen te laten vervangen. Wat betekent condens aan de binnen-, buiten- of tussenkant, kan uw kozijn dikker en zwaarder glas dragen, wanneer kiest u veiligheidsglas of geluidwerend glas, wat geldt voor monumenten en de ISDE-subsidie, en hoe gaat een glaszetter te werk? Met aandacht voor ventilatie, de VvE en de huurwoning.

Lees meer
Onderhoud

Houten vloer schuren, lakken of oliën: wanneer, waarmee en wat de vloerenlegger doet

Een versleten houten vloer hoeft er meestal niet uit: massief parket, planken en lamelparket kunt u schuren en opnieuw afwerken. Wanneer is schuren nodig en wanneer volstaat een nieuwe toplaag, hoe vaak kan een lamelvloer onder de schuurmachine, en wat is het verschil tussen lak, olie en hardwax-olie? Met aandacht voor houtstof, de regels voor oplosmiddelen, droogtijden, vloerverwarming, asbest in oude lijm, monumenten en de offerte.

Lees meer
Onderhoud

Ramen laten wassen: hoe vaak, veiligheid op hoogte en wat de glazenwasser doet

Hoe vaak uw ramen gewassen moeten worden, hangt af van de plek waar u woont: aan een drukke weg, bij zee of in een nieuwbouwwijk vervuilen ramen sneller. Wat een glazenwasser precies doet, van wisser en trekker tot telescoopsteel met osmosewater en hoogwerker, wat er bij een beurt hoort, waarom werken op hoogte zo strak is geregeld en wie de buitenkant betaalt in een appartement of huurwoning.

Lees meer

Vakman nodig?

Vind een erkende vakman bij u in de buurt. Plaats gratis uw klus of meld u aan als vakman op VerbouwPro.