Wie een muur of plafond laat afwerken, krijgt al snel vier termen te horen: glad stucwerk, spack, sierpleister en spachtelputz. Ze lijken op elkaar, want alle vier zijn pleisterlagen op een wand of plafond, maar ze verschillen in hoe ze worden aangebracht, hoe ze eruitzien, hoe lang ze moeten drogen, hoe u ze later schoonmaakt of repareert en of ze in een badkamer thuishoren. Ook de vakman verschilt: voor glad stucwerk belt u een stukadoor, voor spack vaak een gespecialiseerde spuiter, en bij een schilder komt u terecht zodra de muur alleen nog een verflaag nodig heeft. Dit artikel zet de vier afwerkingen naast elkaar, zodat u een offerte kunt beoordelen op meer dan de prijs per vierkante meter.
De vier afwerkingen in het kort
Glad stucwerk is een met de hand aangebrachte, strak afgewerkte pleisterlaag, binnen meestal op gipsbasis. Het is de meest neutrale afwerking: een gladde, vlakke wand die u daarna saust, behangt of laat spuiten. Een stukadoor levert het doorgaans "sausklaar" of "behangklaar" op; het verschil zit in de mate van vlakheid en in de voorbehandeling, en u doet er goed aan die term expliciet in de offerte te laten zetten. Glad stucwerk vraagt het meeste vakmanschap en de meeste tijd, en het laat het minst vergeven: elke oneffenheid in de ondergrond tekent zich af in het licht.
Spack (ook spackspuitwerk of spuitpleister) is een dunne, fijnkorrelige laag die met een spuitmachine op wanden en vooral plafonds wordt gespoten. Het is de standaardafwerking van veel nieuwbouwplafonds: snel, relatief goedkoop, met een licht korrelige structuur die kleine onvolkomenheden in de ondergrond camoufleert. Spack is er in verschillende korrelgroottes; de fijnste varianten lijken op een geschilderd plafond, de grovere op een zachte structuur. Het wordt meestal direct wit opgeleverd en hoeft daarna niet geschilderd te worden.
Sierpleister is de verzamelnaam voor decoratieve pleisters met een zichtbare structuur die met de hand worden aangebracht en afgewerkt: granol, schuurwerk, structuurpleister en ook spachtelputz vallen eronder. De structuur ontstaat door de korrel in het materiaal en door de manier waarop de stukadoor de laag afwerkt, bijvoorbeeld met een spaan, een roller of een schuurbord.
Spachtelputz is de bekendste sierpleister: een korrelpleister die na het aanbrengen met een kunststof spaan wordt geschuurd, zodat de korrels een gelijkmatige, iets ruwe structuur vormen. Het is er in korrelgroottes van fijn tot grof, op minerale basis of op kunstharsbasis, en in veel gevallen ook doorgekleurd of kant-en-klaar in een emmer. Buiten wordt spachtelputz veel gebruikt als afwerklaag op gevelisolatie; binnen is het een slijtvaste wandafwerking voor hallen, trappenhuizen en woonkamers.
Vergelijking: wat betekent de keuze in de praktijk?
| Kenmerk | Glad stucwerk | Spack | Sierpleister (algemeen) | Spachtelputz |
|---|---|---|---|---|
| Uiterlijk | Strak, vlak, neutraal; wordt gesausd of behangen | Fijne korrel, zacht reliëf, direct wit | Zichtbare structuur, afhankelijk van techniek | Gelijkmatige korrelstructuur, fijn tot grof |
| Aanbrengen | Met de hand, meerdere lagen | Machinaal gespoten | Met de hand, afgewerkt met spaan of roller | Met de hand, geschuurd met spaan |
| Eisen aan de ondergrond | Hoog: oneffenheden blijven zichtbaar; vaak eerst raaplaag | Laag tot gemiddeld: camoufleert kleine gebreken, maar geen scheuren | Gemiddeld: ondergrond moet vlak en draagkrachtig zijn | Gemiddeld: grove korrel verbergt meer dan fijne korrel |
| Droogtijd (indicatief) | Langst; vuistregel ongeveer een dag per millimeter laagdikte voordat u saust | Kort; meestal binnen een of twee dagen weer bewoonbaar | Gemiddeld; enkele dagen, afhankelijk van laagdikte en ventilatie | Gemiddeld; enkele dagen |
| Onderhoud | Eenvoudig: sauslaag bepaalt de afwasbaarheid | Niet of beperkt afwasbaar; stof blijft in de korrel hangen | Afneembaar met vochtige doek, afhankelijk van bindmiddel | Goed afneembaar; kunsthars-varianten slijtvast |
| Reparatie | Goed: bijwerken en oversausen | Lastig onzichtbaar bij te werken; vaak hele plafond overspuiten | Lastig: structuur en kleur blijven vaak zichtbaar | Lastig: korrel en schuurrichting moeten aansluiten |
| Natte ruimtes | Alleen buiten de spatzone, of met speciale badkamerpleister | Standaard spack niet; alleen speciale vochtbestendige varianten | Afhankelijk van bindmiddel; nooit in de douchehoek | Kunsthars-variant buiten de spatzone mogelijk; tegels in de spatzone |
| Vakman | Stukadoor | Spuiter (spackspuitbedrijf) of stukadoor met spuitinstallatie | Stukadoor | Stukadoor |
De droogtijden in de tabel zijn indicaties. Hoe snel een pleister droogt hangt af van de laagdikte, de temperatuur, de luchtvochtigheid en vooral van de ventilatie. Een stukadoor die zegt dat de gipslaag na een week nog niet gesausd mag worden, is doorgaans niet traag maar zorgvuldig: te vroeg sausen sluit vocht in en geeft later verkleuring of loslatende verf. Hoe de stukadoor past in de planning van een grotere verbouwing leest u in Hoe lang duurt een verbouwing: doorlooptijden per klus.
Ondergrond: waar het echte werk zit
Bij alle vier afwerkingen zit het meeste risico niet in de toplaag maar in de ondergrond. Oud behang, loszittende verf, zoutuitbloei, scheuren en vocht moeten eerst worden aangepakt; anders komt de nieuwe laag binnen een paar maanden los of tekenen scheuren zich opnieuw af. Een goede stukadoor of spuiter begint daarom met het beoordelen van de ondergrond en neemt de voorbehandeling (reinigen, voorstrijken, scheuren uitslijpen en wapenen, een raaplaag aanbrengen) als aparte post in de offerte op. Is de muur nat, dan heeft stucwerk geen zin voordat de oorzaak is weggenomen. Hoe u een vochtprobleem herkent en welke vakman daarbij hoort, leest u in Vocht en schimmel in huis herkennen.
Spack is in dit opzicht het meest vergevingsgezind: de korrel camoufleert kleine putjes en lichte oneffenheden, wat verklaart waarom het in nieuwbouwplafonds zo veel wordt toegepast. Maar spack verbergt geen scheuren en geen golvende wanden, en een slecht geprepareerde ondergrond laat zich ook door een spuitlaag heen zien, zeker bij strijklicht. Glad stucwerk eist het meest: op een ongelijke muur moet eerst een raaplaag komen voordat de gladde afwerklaag kan volgen, en dat verdubbelt zowel de arbeid als de droogtijd.
Natte ruimtes: wat verdraagt vocht en wat niet
Gipspleister, de basis van het meeste gladde binnenstucwerk, is gevoelig voor langdurig vocht: het verzeept, verliest zijn sterkte en laat los. In een badkamer is glad gipsstucwerk daarom alleen een optie buiten de directe spatzone, dus niet in de douchehoek en niet rond het bad, en bij voorkeur met een speciaal voor natte ruimtes bedoelde pleister op cement- of kalkbasis. In de spatzone zelf blijven tegels of een naadloze, waterdichte afwerking de norm. Spack is standaard niet vochtbestendig; fabrikanten leveren wel speciale badkamervarianten, maar ook die vragen om een goed geventileerde ruimte. Sierpleisters en spachtelputz op kunstharsbasis verdragen vocht beter dan minerale varianten en zijn afneembaar, maar ook zij horen niet in een douchecabine.
Welke afwerking u ook kiest: in een natte ruimte bepaalt de ventilatie of de pleister het houdt. Een badkamer waarin na het douchen urenlang een hoge luchtvochtigheid blijft hangen, krijgt op elke afwerking op termijn schimmel. Een werkende afzuiging die na het douchen nog een uur doorloopt, is de goedkoopste bescherming van uw stucwerk.
Btw: 9% voor stukadoren, en hoe zit het met spuitwerk?
Voor woningen die ouder zijn dan twee jaar geldt op stukadoren het lage btw-tarief van 9%. Volgens de Belastingdienst gaat het daarbij niet alleen om de arbeid, maar ook om het voorbereiden van het stucwerk, de voorbehandelingen en de gebruikte materialen. Datzelfde geldt voor schilderen. Werk dat volgens de Belastingdienst te ver van het stucwerk afstaat, blijft 21%: het plaatsen van gipswanden, het aanbrengen van wandtegels en het leggen van vloeren. Laat een stukadoor dus eerst een voorzetwand van gipsplaat plaatsen en stukt hij die daarna, dan hoort de factuur gesplitst te zijn.
Sierpleister en spachtelputz zijn gewoon stucwerk en vallen bij een woning ouder dan twee jaar onder dezelfde regel. Bij spack ligt het iets subtieler. De Belastingdienst noemt spuitwerk niet apart; in de praktijk wordt spack door de branche behandeld als stukadoors- of schilderwerk en gefactureerd met 9% bij woningen ouder dan twee jaar, maar u doet er goed aan de spuiter te vragen welk tarief hij toepast en waarom. Bij nieuwbouw en bij een woning jonger dan twee jaar is het altijd 21%. Hoe de tweejaarsgrens wordt bepaald en hoe een gesplitste factuur eruit hoort te zien, leest u in 9% of 21% btw bij verbouwen.
Welke vakman belt u?
- Stukadoor: voor glad stucwerk, raaplagen, sierpleister en spachtelputz, voor het herstellen van scheuren en beschadigd pleisterwerk en voor het beoordelen van de ondergrond. Een stukadoor die is aangesloten bij de branchevereniging NOA werkt met de algemene consumentenvoorwaarden voor het afbouwbedrijf en biedt via de Geschillencommissie een laagdrempelige route bij een conflict.
- Spuiter of spackspuitbedrijf: voor spack op plafonds en wanden, vaak in een hele woning tegelijk, en voor latex spuitwerk. Veel stukadoorsbedrijven hebben zelf een spuitinstallatie; vraag ernaar, want dan kunt u glad werk en spuitwerk bij één partij onderbrengen.
- Schilder: zodra de pleisterlaag er zit en droog is. Een schilder saust gladde wanden, zet plafonds in de latex en adviseert over afwasbare verfsystemen voor keuken en badkamer. Een schilder repareert kleine plekjes in stucwerk, maar grotere herstelwerkzaamheden horen bij de stukadoor.
Twee praktische adviezen tot slot. Laat de afwerking vastleggen in de offerte met de termen die de vakman zelf gebruikt (sausklaar, behangklaar, korrelgrootte, fijn of grof spack), zodat u bij de oplevering iets heeft om op terug te vallen. En vraag bij spack of sierpleister vooraf een proefvlak op de eigen muur: structuur en korrel zien er op een staal in de showroom anders uit dan op een wand van vier meter in strijklicht. Wie de ondergrond serieus neemt en de afwerking kiest op de functie van de ruimte, heeft er het langst plezier van.