VerbouwPro
Onderhoud

Plat dak vervangen: bitumen, EPDM of PVC, isolatie en wat de dakdekker doet

9 oktober 202614 min leestijdVerbouwPro Redactie

Blazen, scheuren, plassen water of een lekkage: een plat dak geeft meestal ruim op tijd signalen. Wanneer volstaat een reparatie en wanneer is het hele dak aan vernieuwing toe, wat zijn de verschillen tussen bitumen, EPDM en PVC of TPO, wat eist het Bbl aan isolatie als u het dak vernieuwt, hoe zit het met brandveilig werken, asbest, de vergunning en de VvE, en wat hoort er in de offerte van de dakdekker?

Een plat dak ziet u zelden, en daarom krijgt het pas aandacht als er een vochtplek op het plafond verschijnt. Toch is de dakbedekking zwaar belast: zon, vorst, regen die blijft liggen en temperatuurwisselingen werken er dag in dag uit op in. Op een gegeven moment is vernieuwen verstandiger dan blijven repareren. Dit artikel legt uit hoe u dat moment herkent, welke soorten dakbedekking er zijn, wat er bij vernieuwing geldt voor isolatie, brandveiligheid, asbest en de vergunning, en wat een dakdekker doet. Heeft u nu water binnen, lees dan eerst Lekkage: welke vakman belt u? voor wat u direct moet doen.

Signalen dat uw platte dak aandacht nodig heeft

Kijk bij voorkeur na een regenbui, vanuit een raam op de verdieping of een dakkapel, en let op deze signalen:

  • Blazen. Bobbels in de dakbedekking ontstaan doordat vocht of lucht onder de bedekking zit en bij warmte uitzet. Een kleine blaas is niet direct een lek, maar blazen kunnen openscheuren.
  • Scheuren en open naden. Scheurtjes in de toplaag en open overlappen tussen banen laten water onder de bedekking lopen.
  • Plassen water. Water dat dagen na een bui nog op het dak staat, wijst op onvoldoende afschot, een doorgezakte ondergrond of een verstopte afvoer.
  • Verweerde toplaag. Bij bitumen spoelt de beschermende laag korrels of leislag na verloop van tijd weg, waarna de zwarte bitumen bloot komt te liggen en onder invloed van zonlicht sneller veroudert.
  • Loslatende randen en opstanden. De opstanden, waar de bedekking omhoog loopt tegen een muur, dakkapel of dakrand, zijn kwetsbaar. Losgekomen opstanden en losse daktrimmen zijn een veelvoorkomende oorzaak van lekkage.
  • Lekkage of vochtplekken binnen. Het duidelijkste signaal, maar ook het laatste. Water kan onder de bedekking een eind weglopen, dus de plek van de vlek is niet altijd de plek van het lek.

Laat een plat dak bij voorkeur jaarlijks nalopen; hoe dat in het onderhoudsjaar past, leest u in de Onderhoudskalender voor uw woning.

Repareren of het hele dak vernieuwen?

Niet elk lek betekent een nieuw dak. Een gescheurde opstand, een losse naad of een lekkende dakdoorvoer kan een dakdekker meestal plaatselijk herstellen. Bij bitumen kan soms ook een nieuwe toplaag over de bestaande bedekking worden aangebracht, als de onderliggende lagen nog goed hechten en droog zijn.

Vernieuwen is aan de orde als de problemen niet meer plaatselijk zijn: blazen en scheuren over het hele dakvlak, een toplaag die overal is verweerd, telkens nieuwe lekkages op andere plekken, of vocht dat al in de isolatie of het dakbeschot is getrokken. Natte isolatie isoleert slecht en droogt onder een dichte bedekking nauwelijks uit, en een rot houten dakbeschot moet worden vervangen voordat er een nieuwe bedekking op kan. Een goede dakdekker opent bij twijfel de bedekking op een paar plekken om de opbouw te beoordelen. Een vaste levensduur is voor geen enkele dakbedekking te geven; die hangt af van materiaal, uitvoering, afschot, ligging en onderhoud. Laat u daarom leiden door de staat van het dak.

Welke dakbedekking: bitumen, EPDM, PVC of TPO

Op Nederlandse woningen ziet u vooral drie soorten dakbedekking, elk met eigen sterke punten en aandachtspunten.

  • Bitumen. De meest toegepaste bedekking op platte daken. Een bitumen dak bestaat meestal uit meerdere lagen: een onderlaag en een toplaag met een beschermende afwerking. Er zijn twee hoofdsoorten gemodificeerd bitumen: APP (plastomeer) en SBS (elastomeer). SBS blijft bij lage temperaturen flexibeler, APP wordt vaak genoemd vanwege de bestendigheid tegen warmte en zonlicht. Bitumen wordt traditioneel gebrand, met een brander die de onderkant van de baan verweekt, maar kan ook koud verlijmd, mechanisch bevestigd of als zelfklevende baan worden aangebracht. Voordelen zijn de robuustheid, de ruime ervaring in de branche en de goede herstelbaarheid. Aandachtspunt is het werken met open vuur bij de gebrande variant.
  • EPDM. Een synthetische rubberbedekking die meestal in één laag wordt aangebracht, op woningdaken vaak uit één stuk dat op maat is gemaakt. EPDM wordt verlijmd, mechanisch bevestigd of los gelegd onder ballast en vraagt geen brander, wat het geschikt maakt voor daken waar open vuur ongewenst is. Aandachtspunten zijn de naden en details, die vakkundig moeten worden verlijmd of getapet, en de herstelbaarheid: reparaties vragen materialen die bij EPDM passen.
  • PVC en TPO. Kunststof dakbanen die meestal mechanisch worden bevestigd of verlijmd en waarvan de naden met hete lucht worden gelast. PVC bevat weekmakers en mag doorgaans niet direct in contact komen met bitumen; bij een renovatie over een oud bitumen dak is dan een scheidingslaag nodig. TPO, ook wel FPO genoemd, is een kunststof zonder weekmakers. Gelaste naden zijn sterk als ze goed zijn gemaakt, maar het lassen vraagt specifieke vakkennis en apparatuur.

Een groen dak is geen apart soort bedekking, maar een opbouw van substraat en beplanting op een wortelwerende bedekking, met extra eisen aan draagkracht en afvoer. Belangrijker dan het materiaal is vaak of de dakdekker het systeem goed beheerst. Vraag waarom hij voor uw dak een bepaald systeem adviseert en of hij het zelf regelmatig aanbrengt.

Afschot, hemelwaterafvoer en noodoverloop

Een plat dak is nooit helemaal plat. Het dak moet een afschot hebben: een lichte helling naar de afvoeren, zodat regenwater niet blijft staan. De Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen van de dakenbranche gaat uit van een ontwerpafschot van minimaal 1,6 procent, zodat er na doorbuiging van de constructie nog een effectief afschot van minimaal 1 procent overblijft. Bij oudere daken is het afschot vaak te gering of is de constructie in de loop der jaren doorgezakt. Bij vernieuwing kan het afschot worden verbeterd met afschotisolatie, isolatieplaten die zelf taps toelopen.

Het Bbl eist dat een dak een voorziening heeft voor de opvang en afvoer van hemelwater met een capaciteit die is bepaald volgens de norm NEN 3215. Bij vernieuwing hoort de dakdekker te controleren of het aantal en de plaats van de dakafvoeren kloppen en of ze goed op de nieuwe bedekking aansluiten. Een plat dak met een opstaande rand hoort daarnaast een noodoverloop te hebben: een opening in de dakrand die het water afvoert als de gewone afvoer verstopt is, zodat er geen grote hoeveelheid water op het dak blijft staan. Hoe groot en hoe hoog die moet zijn, hangt af van de draagkracht van het dak; bij twijfel laat u dat door een constructeur bepalen. Een verstopte afvoer zonder noodoverloop kan een dak in korte tijd zwaar belasten.

Loopt het water van het platte dak via een goot of hanggoot af, kijk dan ook naar de staat daarvan. Hoe u een verstopte of lekkende goot aanpakt, leest u in Dakgoot schoonmaken of vervangen.

Isoleren bij vernieuwing: warm dak of omgekeerd dak

Moet de dakbedekking toch worden vervangen, dan is dat het moment om ook naar de isolatie te kijken. De bedekking gaat er dan al af, dus het isoleren kost geen extra werk aan de dakbedekking zelf. Er zijn twee manieren om een plat dak aan de buitenkant te isoleren:

  • Warm dak. De oude bedekking wordt verwijderd, op de dakconstructie komt een dampremmende laag, daarop de isolatieplaten en daarop de nieuwe dakbedekking. De dakconstructie blijft zo aan de warme kant van de isolatie. De dampremmende laag voorkomt dat vochtige binnenlucht in de isolatie condenseert; een ontbrekende of slecht aangesloten dampremmer is een bekende oorzaak van vochtproblemen in platte daken.
  • Omgekeerd dak. De isolatie, meestal van geëxtrudeerd polystyreen of cellulair glas, ligt bovenop de dakbedekking en wordt met ballast zoals grind of tegels op zijn plaats gehouden. Dit is een optie als de bestaande bedekking nog goed is, maar de constructie moet het gewicht van isolatie en ballast kunnen dragen. Moet de bedekking toch worden vervangen, dan wordt isoleren onder de bedekking aanbevolen.

Isoleren aan de binnenkant, tegen het plafond of tussen de balken, is bij een plat dak lastiger, omdat de dakconstructie dan koud wordt en er een groter risico op condensatie ontstaat. Let er ook op dat isolatie de dakopbouw dikker maakt: dakrand, opstanden, dorpels van deuren naar het dak en de aansluiting met een dakkapel moeten daarop worden aangepast. Een dakkapel heeft een eigen regeling; die vindt u in Dakkapel plaatsen: vergunningvrij of vergunning nodig?

Wat eist het Bbl aan isolatie, en is er subsidie?

Voor isolatie bij verbouw geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het uitgangspunt bij verbouwen is het rechtens verkregen niveau: de kwaliteit mag na de verbouwing niet lager zijn dan daarvoor. Voor isolatie is dat aangescherpt. Bij het vernieuwen of vervangen van isolatielagen moet een dak een warmteweerstand (Rc) hebben van ten minste 2,1 m²·K/W, of het rechtens verkregen niveau als dat hoger is.

De hogere nieuwbouwwaarde geldt niet bij een gewone dakvernieuwing. Die geldt wel bij een ingrijpende renovatie: als meer dan 25 procent van de totale bouwschil (dak, gevels en vloer samen) integraal wordt vernieuwd, inclusief alle lagen. Voor de vernieuwde delen geldt dan de nieuwbouwwaarde, die voor een dak van een woning Rc 6,3 m²·K/W is. Bij een gewone dakvernieuwing, waarbij het dakbeschot blijft liggen, is daarvan geen sprake, en bij alleen het platte dak van een uitbouw wordt die grens doorgaans niet gehaald. Wordt bij een woning met een groot plat dak ook het dakbeschot vernieuwd, laat dan narekenen of de grens wordt overschreden. Voor het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel of een aanbouw gelden altijd de nieuwbouwwaarden; wordt alleen het dak van een bestaande aanbouw vernieuwd, dan geldt de verbouwwaarde van Rc 2,1.

Voor dakisolatie kunt u als eigenaar-bewoner in aanmerking komen voor de ISDE, de landelijke subsidie die RVO uitvoert. De belangrijkste voorwaarden voor dakisolatie: het gaat om het isoleren van het bestaande dak, het nieuw aangebrachte isolatiemateriaal heeft een Rd-waarde van ten minste 3,5 m²·K/W, de geïsoleerde oppervlakte van dak en eventueel zoldervloer is samen ten minste 20 m², een bedrijf voert het werk volledig uit, en de woning is gebouwd vóór 2019. U vraagt de subsidie aan na de uitvoering, binnen de termijn die RVO noemt. Controleer de actuele voorwaarden op rvo.nl voordat u opdracht geeft. Meer over de regeling leest u in Duurzaam verbouwen: subsidies en mogelijkheden.

Brandveiligheid: branden of vuurloos werken

Het branden van bitumen is vakwerk met een reëel risico. Brand ontstaat vooral als de vlam via kieren of naden in contact komt met brandbaar materiaal onder of naast de bedekking, zoals houten dakbeschot, isolatie, houten dakranden of kozijnen. Een smeulende brand onder de bedekking kan pas later uitslaan.

Voor brandveilig werken op daken bestaat de norm NEN 6050, die is uitgewerkt in de Vakrichtlijn gesloten dakbedekkingssystemen van de dakenbranche, waaraan onder meer VEBIDAK en Dakmerk hebben meegewerkt. Kern daarvan is dat er bij brandgevaarlijke details, zoals opgaand werk tegen gevels, overstekende delen en de aansluiting op hout, binnen een bepaalde zone geen open vuur wordt gebruikt en deze details vuurloos worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met zelfklevende of koud verlijmde banen. Verzekeraars stellen daarnaast vaak eisen aan brandgevaarlijke werkzaamheden, zoals blusmiddelen op het dak en een nacontrole na afloop van het werk.

Vraag de dakdekker welke details vuurloos worden gemaakt en of er na afloop wordt gecontroleerd. Bij veel hout rond het dak of brandbare isolatie kan een volledig vuurloos systeem de voorkeur hebben.

Asbest en teer in oude dakbedekking

Bij woningen van vóór 1994 kan er in de dakopbouw asbest zitten, bijvoorbeeld in oude bitumineuze dakbedekking of kit, in onderplaten en dakbeschot, of in de daktrimmen en boeidelen. Of dat zo is, blijkt alleen uit onderzoek door een gecertificeerd bedrijf. Hoe u asbest herkent en welke regels er gelden, leest u in Asbest herkennen bij verbouwen.

Oude dakbedekking kan ook teer bevatten. Teerhoudende dakbedekking is gevaarlijk afval en moet op de bouwplaats apart worden gehouden en afgevoerd; ook gewone bitumineuze dakbedekking moet als aparte fractie worden afgevoerd als het om 1 m³ of meer gaat. Vraag in de offerte hoe de oude bedekking wordt afgevoerd.

Vergunning, monument, zonnepanelen en dakterras

Het vervangen van de dakbedekking door een vergelijkbare bedekking is gewoon onderhoud. Daarvoor heeft u bij een gewone woning normaal gesproken geen omgevingsvergunning nodig, zolang detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet wijzigen. Dat ligt anders als het aanzien verandert. Een dikker isolatiepakket kan betekenen dat de dakrand hoger wordt; aan de achterkant is een nieuw boeideel vaak vergunningvrij, maar aan de voorkant of een zijkant aan de straat kan een duidelijk hogere dakrand vergunningplichtig zijn. Een dakopbouw is in de regel vergunningplichtig; doe bij twijfel de vergunningcheck in het Omgevingsloket.

Bij een rijksmonument is noodzakelijk regulier onderhoud dat is gericht op het behoud van de monumentale waarden vergunningvrij, zolang detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet veranderen (artikel 13.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Een ander soort dakbedekking, een hogere dakrand of een isolatiepakket dat het aanzien wijzigt, kan dus vergunningplichtig zijn. Voor gemeentelijke monumenten staan de regels in het omgevingsplan of de erfgoedverordening, en in een beschermd stads- of dorpsgezicht kunnen extra regels gelden.

Wilt u zonnepanelen, vernieuw dan een dak dat binnen afzienbare tijd aan vervanging toe is vóórdat de panelen erop komen. Op een plat dak staan panelen meestal in een frame met ballast, en de constructie en de bedekking moeten dat gewicht kunnen dragen. Meer daarover in Zonnepanelen laten installeren. Wilt u het dak als dakterras gaan gebruiken, dan moeten de constructie en de dakbedekking op betreding en belasting zijn berekend, is er bij een hoogteverschil van meer dan 1 meter een vaste afscheiding nodig en is een vergunning vaak nodig; een dakterras op een aanbouw valt bijvoorbeeld buiten de vergunningvrije regels, zoals u leest in Aanbouw of uitbouw vergunningvrij.

VvE, wie het doet en keurmerken

Woont u in een appartement, dan hoort het dak in de regel tot de gemeenschappelijke delen en is vernieuwing een zaak van de vereniging van eigenaren. Wat precies gemeenschappelijk is, staat in de splitsingsakte en het reglement. Het dak staat dan in het meerjarenonderhoudsplan en de VvE kiest de dakdekker. Meer daarover leest u in Verbouwen in een VvE-appartement.

Het vernieuwen van een plat dak is werk voor een dakdekker die gespecialiseerd is in platte daken. Timmerwerk, zoals nieuw dakbeschot of houtrotherstel aan boeidelen, doet de dakdekker zelf of hij schakelt een timmerman in.

In de branche zijn twee namen nuttig om te kennen. VEBIDAK is de brancheorganisatie voor bedrijven die bitumen en kunststof dakbedekkingen aanbrengen; leden moeten aan criteria voor bedrijfsvoering en continuïteit voldoen. Dakmerk is een keurmerk voor platte daken; een gecertificeerde dakdekker kan een garantie op de waterdichtheid geven die is ondergebracht bij een onafhankelijk waarborgfonds. Controleer op de website van het keurmerk of een bedrijf echt is aangesloten. Meer over keurmerken in de bouw leest u in Keurmerken in de bouw uitgelegd.

Wat hoort er in de offerte?

Vraag bij voorkeur twee of drie offertes aan op basis van een bezoek aan het dak, en controleer of daarin staat:

  • de oppervlakte van het dak en de lengte van de dakranden en opstanden;
  • wat er met de oude bedekking gebeurt: verwijderen, afvoeren als aparte fractie, of overlagen;
  • het systeem: materiaal, aantal lagen, merk en bevestigingswijze (gebrand, verlijmd, mechanisch, zelfklevend of gelast);
  • de isolatie: warm dak of omgekeerd dak, materiaal, dikte en de Rc- of Rd-waarde, en de dampremmende laag;
  • het afschot, het aantal en de plaats van de afvoeren en de noodoverloop;
  • de aanpassing van dakranden, daktrimmen, opstanden en dorpels aan de nieuwe dakopbouw;
  • hoe meerwerk wordt berekend als het dakbeschot rot blijkt of als er asbest wordt aangetroffen;
  • hoe het bedrijf brandveilig werkt en hoe veiligheid op het dak is geregeld;
  • de garantie op materiaal en uitvoering, een eventuele keurmerkgarantie en de bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering.

Hoe u offertes eerlijk naast elkaar legt, leest u in Offerte vergelijken: zo leest u een bouwofferte.

Samengevat: laat een plaatselijk probleem snel herstellen. Is het hele dakvlak aangetast, dan is vernieuwen verstandiger, en dat is het moment om te isoleren en het afschot en de afvoeren te verbeteren. Kies een dakdekker die het systeem beheerst en vraag hoe hij brandveilig werkt. Op VerbouwPro plaatst u uw klus kosteloos en reageren dakdekkers uit uw regio.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet een plat dak worden vervangen in plaats van gerepareerd?
Een plaatselijk probleem, zoals een gescheurde opstand, een losse naad of een lekkende dakdoorvoer, kan meestal worden gerepareerd. Vernieuwen is aan de orde als blazen, scheuren en verwering over het hele dakvlak voorkomen, als er steeds op andere plekken lekkages ontstaan, of als vocht in de isolatie of het dakbeschot is getrokken. Een dakdekker kan de bedekking op een paar plekken openen om de opbouw te beoordelen.
Wat is beter voor een plat dak: bitumen, EPDM of PVC?
Geen van de drie is in alle gevallen beter. Bitumen is robuust, goed herstelbaar en het meest toegepast, maar wordt vaak gebrand. EPDM is een flexibele rubberbedekking die zonder brander wordt verlijmd. PVC en TPO zijn kunststof banen met gelaste naden; PVC mag doorgaans niet direct op bitumen liggen. Belangrijker dan het materiaal is dat de dakdekker het systeem goed beheerst en de details vakkundig uitvoert.
Aan welke isolatiewaarde moet een nieuw plat dak voldoen?
Bij het vernieuwen of vervangen van de isolatielaag van een dak eist het Bbl een warmteweerstand van ten minste Rc 2,1, of het eerdere hogere niveau. De nieuwbouwwaarde van Rc 6,3 geldt bij een ingrijpende renovatie, waarbij meer dan een kwart van de totale bouwschil integraal wordt vernieuwd, en bij het geheel vernieuwen van een dakkapel of aanbouw. Voor ISDE-subsidie moet het nieuwe isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 hebben.
Heb ik een vergunning nodig om mijn platte dak te vernieuwen?
Het vervangen van de dakbedekking door een vergelijkbare bedekking is gewoon onderhoud en bij een gewone woning normaal gesproken vergunningvrij. Wordt de dakrand door isolatie duidelijk hoger aan de voorkant, komt er een dakopbouw of gaat u het dak als dakterras gebruiken, dan kan een vergunning nodig zijn. Bij een rijksmonument is alleen noodzakelijk regulier onderhoud zonder wijziging van detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur vergunningvrij.
Is het branden van bitumen gevaarlijk?
Het branden van bitumen brengt brandrisico mee, vooral als de vlam via kieren in contact komt met hout of isolatie. Volgens de norm NEN 6050 en de vakrichtlijn van de dakenbranche worden brandgevaarlijke details, zoals opgaand werk en de aansluiting op hout, vuurloos uitgevoerd. Vraag de dakdekker hoe hij brandveilig werkt en of er na afloop wordt gecontroleerd, of kies bij veel hout rond het dak een vuurloos systeem.

Meer uit Onderhoud

Onderhoud

Buitenschilderwerk: wanneer schilderen, welk weer en wat de schilder doet

Buitenschilderwerk beschermt houten kozijnen, deuren en boeidelen tegen vocht en houtrot, maar alleen als het op tijd en onder de juiste omstandigheden gebeurt. Welke signalen laten zien dat het schilderwerk aan de beurt is, hoe vaak u moet schilderen, bij welk weer een schilder wel en niet aan de slag gaat en welke stappen goed schilderwerk kenmerken. Met aandacht voor lood in oude verf, steigers, de VvE, onderhoudscontracten en wat er in een offerte hoort.

Lees meer
Onderhoud

Glas vervangen: HR++ of triple glas, condens tussen de ruiten en wat de glaszetter doet

Condens tussen de ruiten, een barst of nog enkel glas: er zijn veel redenen om het glas in uw bestaande kozijnen te laten vervangen. Wat betekent condens aan de binnen-, buiten- of tussenkant, kan uw kozijn dikker en zwaarder glas dragen, wanneer kiest u veiligheidsglas of geluidwerend glas, wat geldt voor monumenten en de ISDE-subsidie, en hoe gaat een glaszetter te werk? Met aandacht voor ventilatie, de VvE en de huurwoning.

Lees meer
Onderhoud

Houten vloer schuren, lakken of oliën: wanneer, waarmee en wat de vloerenlegger doet

Een versleten houten vloer hoeft er meestal niet uit: massief parket, planken en lamelparket kunt u schuren en opnieuw afwerken. Wanneer is schuren nodig en wanneer volstaat een nieuwe toplaag, hoe vaak kan een lamelvloer onder de schuurmachine, en wat is het verschil tussen lak, olie en hardwax-olie? Met aandacht voor houtstof, de regels voor oplosmiddelen, droogtijden, vloerverwarming, asbest in oude lijm, monumenten en de offerte.

Lees meer

Vakman nodig?

Vind een erkende vakman bij u in de buurt. Plaats gratis uw klus of meld u aan als vakman op VerbouwPro.