VerbouwPro
Verbouwen

Vloertegels laten leggen: groot formaat, ondergrond, vloerverwarming en wat de tegelzetter doet

9 oktober 202612 min leestijdVerbouwPro Redactie

Een tegelvloer in de woonkamer, keuken of hal gaat tientallen jaren mee, mits de ondergrond klopt. Wat is het verschil tussen keramiek, porselein en natuursteen, waarom vragen grote formaten een vlakkere vloer, wat moet er gebeuren bij een anhydriet dekvloer of vloerverwarming, wat betekenen de antislipklassen, en kunnen tegels op een houten vloer of in een appartement? Met aandacht voor asbest in oude vloeren, de offerte en onderhoud.

Een tegelvloer is slijtvast, makkelijk schoon te houden en ideaal boven vloerverwarming, en steeds vaker loopt hij in één formaat door van de hal via de woonkamer tot in de keuken. Maar een tegelvloer is ook onverbiddelijk: hij is hard en stijf, en elke fout in de ondergrond komt vroeg of laat terug als een gebroken tegel, een holle plek of een scheur in de voeg. Dit artikel gaat over tegels in woonruimtes, keuken en hal. Het legt uit welke tegelsoorten er zijn, waarom grote formaten meer vragen van de ondergrond, wat er nodig is op een anhydriet dekvloer, met vloerverwarming of op een houten vloer, en wat de tegelzetter doet. Twijfelt u nog tussen tegels en een andere vloer, lees dan eerst Nieuwe vloer kiezen: pvc, laminaat, parket of gietvloer. Gaat het om de badkamer, met waterdichting en afschot, dan vindt u dat in Badkamer verbouwen: stappenplan.

Keramiek, porselein of natuursteen

  • Keramische tegels zijn gebakken klei, meestal met een glazuurlaag die kleur en dessin bepaalt. Ze zijn er in veel prijsklassen en uitvoeringen. Bij intensief belopen vloeren is de slijtvastheid van het glazuur van belang; fabrikanten geven daarvoor een slijtklasse op.
  • Porselein of gres (porcellanato) wordt bij hoge temperatuur gebakken tot een zeer dichte, harde tegel die vrijwel geen water opneemt. Dat maakt hem doorgaans vorstbestendig en weinig vlekgevoelig, en vaak geschikt voor binnen en buiten; gepolijst porselein kan wel vlekgevoeliger zijn, en of een tegel vorstbestendig is, staat in de specificaties van de fabrikant. Vrijwel alle grote formaten zijn porselein. Bij doorgekleurde tegels loopt de kleur door de hele tegel, zodat een beschadiging minder opvalt.
  • Natuursteen, zoals hardsteen, marmer, travertin, kalksteen en leisteen, is een natuurproduct: elke tegel is anders, en de eigenschappen verschillen sterk per steensoort. Veel soorten zijn poreus en nemen vlekken op, en kalkhoudende stenen zoals marmer en kalksteen zijn gevoelig voor zuren. Natuursteen vraagt daarom meer kennis van de tegelzetter en meer onderhoud van u.

Let bij keramiek en porselein ook op of de tegel gerectificeerd is: de randen zijn dan na het bakken haaks en op maat geslepen, wat een smallere voeg mogelijk maakt. Een smalle voeg ziet er strak uit, maar laat ook minder ruimte om kleine maatverschillen en oneffenheden op te vangen.

Grote formaten: hogere eisen aan vlakheid

Tegels van 60 bij 60, 120 bij 60 centimeter en nog groter zijn populair omdat ze weinig voegen geven en een ruimte rustig maken. Maar hoe groter de tegel, hoe kritischer de ondergrond. Een kleine tegel volgt een lichte golving in de vloer; een grote, stijve tegel kan dat niet. Op een ongelijke ondergrond ontstaan dan holle plekken onder de tegel, die bij belasting kunnen breken, en hoogteverschillen tussen naast elkaar liggende tegels, de zogeheten overstand.

De tegelzetter controleert de vlakheid daarom met een lange rei en laat zo nodig eerst egaliseren. Grote tegels worden doorgaans in een vol lijmbed gezet, waarbij lijm zowel op de vloer als op de achterkant van de tegel wordt aangebracht, zodat er geen holtes overblijven. Daarnaast gebruiken veel tegelzetters een levelingsysteem: clips en wiggen of draaidoppen die tijdens het uitharden van de lijm aangrenzende tegels op gelijke hoogte trekken. Zo'n systeem helpt tegen overstand, maar maakt een slechte ondergrond niet goed.

Grote, lange tegels zijn zelden helemaal vlak; ze hebben een kleine, toegestane kromming. Bij een halfsteens verband, waarbij elke rij een halve tegel verspringt, valt het hoogste punt van de ene tegel naast het laagste van de volgende, en dat geeft zichtbare overstand. Fabrikanten en tegelzetters adviseren bij lange tegels daarom vaak een kleinere verspringing, bijvoorbeeld een derde van de tegellengte. Vraag de tegelzetter welk legpatroon bij uw tegel past voordat u bestelt.

De ondergrond: zandcement of anhydriet

De meeste woonvloeren hebben een dekvloer: een zandcementdekvloer of een anhydrietdekvloer (gietvloer op basis van calciumsulfaat). Beide zijn prima ondergronden voor tegels, mits ze droog genoeg en goed voorbereid zijn. Hoe restvocht wordt gemeten en welke waarden in het algemeen gelden, leest u in het artikel over een nieuwe vloer kiezen; voor tegels komt het op het volgende neer.

  • Restvocht meten. Een nieuwe dekvloer heeft tijd nodig om te drogen. De tegelzetter meet het restvocht bij voorkeur met de CM-methode en legt pas als de waarde onder de grens van de lijmfabrikant ligt. Voor anhydriet ligt die grens veel lager dan voor zandcement, en bij anhydriet met vloerverwarming nog lager. Vraag om de meetwaarde op papier.
  • Anhydriet voorbereiden. Een anhydrietvloer heeft een bovenlaag die moet worden afgeschuurd en stofvrij gemaakt. Daarna is in de regel een primer nodig die bij de lijm past; sommige lijmsystemen werken zonder primer, maar alleen als de fabrikant dat zo voorschrijft. Cementgebonden tegellijm en calciumsulfaat kunnen bij vocht schadelijk met elkaar reageren, waardoor de hechting verloren gaat; de primer voorkomt dat contact. Volg het systeemadvies van de lijmfabrikant: primer en lijm horen bij elkaar.
  • Zandcement. Een zandcementvloer moet stevig zijn en mag niet zanden of zachte plekken hebben. Losse delen worden verwijderd en hersteld, scheuren beoordeeld en zo nodig gedicht.

Ontkoppelingsmat, dilatatie en voegen

Een ontkoppelingsmat is een dunne kunststof mat die tussen de ondergrond en de tegels wordt verlijmd. Hij vangt spanningen op tussen een ondergrond die werkt en een tegelvloer die stijf is, zodat kleine bewegingen of haarscheurtjes in de dekvloer niet doorslaan naar de tegels. Tegelzetters gebruiken zo'n mat onder meer op houten ondergronden, op ondergronden met krimpscheurtjes en soms op jonge dekvloeren, volgens de voorschriften van de fabrikant. Een ontkoppelingsmat is geen oplossing voor een constructief probleem en vervangt geen dilatatievoegen.

Dilatatievoegen zijn bewegingsvoegen. Langs alle wanden, kolommen en vaste delen hoort een randvoeg, zodat de tegelvloer kan uitzetten zonder op te drukken; die wordt afgedekt door de plint of afgekit. Heeft de dekvloer zelf dilatatievoegen, bijvoorbeeld tussen ruimtes of tussen verwarmingsgroepen, dan moeten die op dezelfde plek in de tegelvloer terugkomen. Grote oppervlakken en doorlopende vloeren door meerdere ruimtes vragen een goed doordacht voegenplan; laat de tegelzetter dat vooraf met u bespreken, want een dilatatievoeg midden in de woonkamer is beter te plannen dan te verstoppen. Een plek waar vaak zo'n voeg komt, is de deuropening, zeker als de dekvloer daar een voeg heeft of als elke ruimte een eigen verwarmingsgroep heeft.

De gewone voegen tussen de tegels worden gevuld met cementgebonden voegmiddel of, waar vlekken en vocht een rol spelen, met een epoxyvoeg. Een gekleurde voeg die op de tegel lijkt, maakt het geheel rustiger. Aansluitingen op wanden, keukenblok en dorpels worden gekit, niet gevoegd.

Vloerverwarming: eerst opstoken, dan tegelen

Tegels en vloerverwarming gaan goed samen, omdat tegels de warmte nauwelijks tegenhouden. Wel geldt voor een nieuwe dekvloer met vloerverwarming dat er eerst een opstookprotocol wordt doorlopen voordat er getegeld wordt: de verwarming wordt stapsgewijs opgevoerd, enige tijd op temperatuur gehouden en weer stapsgewijs afgebouwd. Dat drijft vocht uit de dekvloer en laat hem de spanningen opnemen die anders onder de tegels zouden ontstaan. Wanneer daarmee kan worden begonnen en in welke stappen, staat in het protocol van de dekvloerleverancier en hangt af van het type dekvloer.

Tijdens het tegelen staat de vloerverwarming laag of uit, en na het leggen wordt hij pas na de door de lijmfabrikant aangegeven tijd weer geleidelijk opgestookt. Vraag om een ingevuld en ondertekend protocol; tegelzetters en lijmfabrikanten maken hun garantie er vaak van afhankelijk. Over de keuze voor vloerverwarming zelf leest u meer in Vloerverwarming of radiatoren.

Antislip: wat de R-klassen betekenen

Bij tegels ziet u vaak een aanduiding van R9 tot en met R13. Die klassen komen uit een Duitse norm, DIN 51130, en geven aan hoe stroef een tegel is voor iemand met schoenen aan, gemeten op een hellend vlak dat met olie is ingesmeerd. R9 is de laagste klasse en R13 de hoogste. In een woonkamer of hal volstaat meestal een lage klasse; in een hal waar natte schoenen binnenkomen of in een keuken kan een iets hogere klasse prettig zijn. Voor blote voeten, zoals in een badkamer of bij een zwembad, bestaat een aparte indeling in de klassen A, B en C volgens DIN 51097.

Bedenk dat een stroevere tegel ook iets lastiger schoon te houden is, en dat de klasse een laboratoriumwaarde is: de praktijk hangt ook af van vuil, water en schoeisel. Voor woningen schrijft de wet geen R-klasse voor; het is een keuze die u met de tegelzetter of leverancier maakt.

Natuursteen impregneren en onderhouden

Poreuze natuursteen wordt na het leggen en schoonmaken meestal geïmpregneerd: een middel dringt in de steen en maakt hem water- en vuilafstotend, zonder dat er een laag op de steen ligt. Impregneren voorkomt vlekken niet volledig, maar geeft u tijd om gemorste vloeistoffen op te nemen. Het moet na verloop van tijd worden herhaald, afhankelijk van de steen en het gebruik. Bij kalkhoudende steen beschermt het niet tegen aantasting door zuren.

Gebruik voor natuursteen een pH-neutraal reinigingsmiddel dat voor de steensoort geschikt is, en geen azijn of agressieve ontkalkers. Vraag de tegelzetter bij oplevering om een schriftelijk onderhoudsadvies voor uw steen.

Tegels op een houten vloer?

Op de begane grond van oudere woningen en op verdiepingen ligt vaak een houten balklaag met planken of plaatmateriaal. Tegels zijn daar niet bij voorbaat uitgesloten, maar het vraagt voorbereiding. Een houten vloer veert en buigt bij belasting door, terwijl tegels en voegen geen buiging verdragen; te veel doorbuiging geeft scheuren in voegen en tegels. De vloer moet daarom stijf genoeg zijn. Vaak worden er extra platen op de bestaande vloer geschroefd en gelijmd, soms worden balken versterkt of extra balken bijgeplaatst, en daarop komt een ontkoppelingsmat.

Daarnaast is er het gewicht. Tegels, lijm, extra platen en eventueel een dekvloer wegen samen aanzienlijk meer dan een houten vloer met laminaat. Laat bij twijfel een constructeur rekenen of de balklaag dat kan dragen, zeker bij grote of zware natuursteentegels of als er een nieuwe dekvloer op hout moet komen. Een houten begane-grondvloer boven een vochtige kruipruimte vraagt bovendien aandacht voor ventilatie en houtrot voordat er getegeld wordt.

Appartement: contactgeluid en de VvE

Een tegelvloer is hard, en zonder maatregelen hoort de onderbuurman elke stap. Voor bestaande woningen stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving geen eis aan de contactgeluidisolatie van uw vloer. Bij een verbouwing mag de kwaliteit van het deel dat u vernieuwt of verandert niet lager worden dan het rechtens verkregen niveau: het niveau dat er vlak voor de verbouwing rechtmatig was (artikelen 5.4 en 5.5 Bbl). In de praktijk zijn de regels van de VvE bepalend. Veel splitsingsreglementen en huishoudelijke reglementen staan harde vloeren alleen toe als de vloer een bepaalde geluidsverbetering haalt, en dat betekent bij tegels meestal een speciale geluidwerende ondermat onder de tegels, met een meetrapport van de combinatie. Welke waarde gangbaar is en hoe u toestemming vraagt, leest u in Verbouwen in een VvE-appartement en in het artikel over een nieuwe vloer kiezen. Leg de gekozen opbouw vóór de bestelling voor aan het bestuur. Let ook op randisolatie: een tegel die tegen de wand aan ligt, geeft geluid alsnog door.

Oude vloeren, asbest en stof

Komen de tegels op de plek van een oude vloer, dan moet die vloer er eerst uit. In woningen van vóór 1994 kan asbest zitten in oude vinyltegels en in vloerzeil met een onderlaag van asbestpapier. Volgens Milieu Centraal waren tot ongeveer 1985 vinyltegels met asbest te koop en bevat vloerzeil of vinyl van na 1985 geen asbest. Particulieren mogen onder voorwaarden niet-gelijmde asbesthoudende vloertegels of vloerzeil die in hun geheel loskomen zelf verwijderen, na een melding bij de gemeente; gelijmde vloerbedekking en zeil met een asbesthoudende onderlaag horen bij een gecertificeerd bedrijf. Trek bij twijfel niet aan het zeil en laat eerst onderzoeken wat het is. Lees meer in Asbest herkennen bij verbouwen.

Ook bij het werk zelf komt stof vrij. Bij het zagen en slijpen van tegels, natuursteen en dekvloeren ontstaat kwartsstof, dat schadelijk is als u het inademt. Een tegelzetter werkt daarom bij voorkeur met een natte zaag of met afzuiging, en zaagt waar mogelijk buiten. Sluit de ruimte af van de rest van het huis.

Zelf doen of de tegelzetter, offerte en nazorg

Een kleine vloer met handzame tegels op een goede ondergrond kan een handige klusser zelf leggen. Bij grote formaten, een anhydrietvloer, vloerverwarming, een houten ondergrond, natuursteen of een appartement met geluidseisen is het werk van een tegelzetter: de fouten zijn duur, want een tegelvloer haalt u er niet zonder schade uit. Meer afwegingen vindt u in Wat kunt u zelf doen bij een verbouwing. Moet er eerst een nieuwe dekvloer komen of geëgaliseerd worden, dan kan een vloerenlegger of dekvloerbedrijf dat voorbereiden.

Een goede offerte noemt:

  • Het aantal vierkante meters, de ruimtes, de tegel met formaat en soort, en het legpatroon en de verspringing.
  • Wie de tegels levert en hoeveel snijverlies en reservetegels zijn meegerekend.
  • De voorbereiding: verwijderen van de oude vloer, restvochtmeting, schuren en primeren, egaliseren.
  • Ontkoppelingsmat of geluidwerende ondermat, het lijmsysteem en het levelingsysteem.
  • Het voegenplan, de voegkleur en het voegmiddel, en de kitaansluitingen.
  • Plinten, dorpels, overgangen en het inkorten van deuren.
  • Bij vloerverwarming: het opstookprotocol vóór en het opstoken na het leggen.
  • De planning, wanneer de vloer beloopbaar is en garantie.

Op het leggen van tegels geldt het gewone btw-tarief, ook bij een oudere woning. Leg offertes naast elkaar met Offerte vergelijken. Vraag of de tegelzetter lid is van BOVATIN, de Bond van Aannemers van Tegelwerken in Nederland, of van de afbouwbranchevereniging NOA. Leden werken met consumentenvoorwaarden, en een geschil kunt u voorleggen aan de Geschillencommissie Afbouw. Voor natuursteen biedt NOA via aangesloten natuursteenbedrijven de NOA-Natuursteengarantie.

Nazorg. Na het voegen blijft er vaak een dunne cementsluier op de tegels achter, die met een geschikt middel wordt verwijderd; doe dat volgens het advies van de tegelzetter, zeker bij natuursteen. Belast de vloer pas volledig als lijm en voeg zijn uitgehard. Bewaar een paar reservetegels uit dezelfde partij voor latere reparaties. Op VerbouwPro plaatst u uw tegelklus kosteloos en reageren tegelzetters uit uw regio.

Veelgestelde vragen

Waarom vragen grote vloertegels een vlakkere ondergrond?
Een grote, stijve tegel kan een golving in de vloer niet volgen. Op een ongelijke ondergrond ontstaan holle plekken onder de tegel, die bij belasting kunnen breken, en hoogteverschillen tussen tegels. De tegelzetter controleert daarom de vlakheid, laat zo nodig egaliseren, zet grote tegels in een vol lijmbed en gebruikt vaak een levelingsysteem.
Kan ik tegels leggen op een anhydriet dekvloer?
Ja, maar de vloer moet droog genoeg zijn, de bovenlaag moet worden afgeschuurd en er is in de regel een primer nodig die bij de tegellijm past. Cementgebonden lijm en calciumsulfaat kunnen bij vocht schadelijk met elkaar reageren. Laat het restvocht meten met de CM-methode en volg het systeemadvies van de lijmfabrikant.
Moet de vloerverwarming eerst worden opgestookt voordat er getegeld wordt?
Bij een nieuwe dekvloer met vloerverwarming wel. Volgens een opstookprotocol wordt de verwarming stapsgewijs opgevoerd, enige tijd op temperatuur gehouden en weer afgebouwd. Dat drijft vocht uit en voorkomt spanningen onder de tegels. Volg het protocol van de dekvloerleverancier en vraag om een ingevuld exemplaar.
Welke antislipklasse heb ik nodig voor tegels in huis?
De klassen R9 tot en met R13 komen uit de Duitse norm DIN 51130 en gaan over lopen met schoenen; R9 is het minst stroef, R13 het meest. In een woonkamer of hal volstaat meestal een lage klasse, in een keuken of entree kan een iets hogere prettig zijn. Voor blote voeten bestaan de klassen A, B en C. De wet schrijft voor woningen geen klasse voor.
Mag ik in mijn appartement een tegelvloer leggen?
Dat hangt af van het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement van uw VvE. Veel VvE's staan harde vloeren alleen toe met een bepaalde geluidsverbetering, wat bij tegels meestal een geluidwerende ondermat met meetrapport betekent. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt voor bestaande woningen geen eigen eis aan contactgeluid; bij een verbouwing mag de geluidisolatie van de vloer wel niet onder het rechtens verkregen niveau zakken. Leg de opbouw vooraf voor aan het bestuur.

Gerelateerde artikelen

Meer uit Verbouwen

Verbouwen

Groepenkast vervangen of uitbreiden: wanneer is het nodig en wat doet de elektricien?

Een stoppenkast met smeltzekeringen, één aardlekschakelaar voor de hele woning of geen plek voor een extra groep: dan is de groepenkast toe aan vervanging of uitbreiding. Inductiekoken, een warmtepomp, een laadpaal en zonnepanelen vragen vaak ook om een zwaardere of driefasige aansluiting. Wat de signalen zijn, wat NEN 1010 van een nieuwe kast eist, wat de netbeheerder doet en hoe de elektricien stap voor stap te werk gaat.

Lees meer
Verbouwen

Plafond laten stucen of spuiten: oud spuitwerk, asbest en wat de stukadoor doet

Een vergeeld structuurplafond, scheuren langs de naden van betonplaten of een plafond dat gewoon strakker moet: er zijn vier gangbare manieren om een plafond te vernieuwen. Wat is het verschil tussen glad stucwerk, spack, een systeemplafond en een gipsplaten plafond, wat geldt er voor oud spuitwerk dat asbest kan bevatten, en hoe stemt u spots, de badkamer en de VvE af met de stukadoor?

Lees meer
Verbouwen

Tuin laten aanleggen: ontwerp, bestrating, afwatering en wat de hovenier doet

Een nieuwe tuin begint met een ontwerp en eindigt met beplanting, maar daartussen zit het werk dat u later niet meer ziet: grondwerk, afwatering, kabels en leidingen en de fundering van de bestrating. In welke volgorde een hovenier werkt, waarom afschot en hemelwater zo belangrijk zijn, wanneer een KLIC-melding verplicht is, wat het burenrecht zegt over bomen en heggen bij de erfgrens en wat er in een goede offerte hoort.

Lees meer

Vakman nodig?

Vind een erkende vakman bij u in de buurt. Plaats gratis uw klus of meld u aan als vakman op VerbouwPro.