Wie op een koude vloer loopt, verliest niet alleen comfort maar ook warmte. Heeft uw woning een kruipruimte onder de begane grondvloer, dan kan die vloer vaak van onderaf worden geïsoleerd, zonder dat u binnen de vloer hoeft open te breken. Volgens Milieu Centraal zorgt vloerisolatie bovendien voor minder vocht dat uit de kruipruimte omhoog trekt. Er zijn twee manieren: de onderkant van de vloer isoleren, of de bodem van de kruipruimte. Dit artikel legt uit wanneer welke methode past, welke materialen er zijn en waar het mis kan gaan. Welke plek vloerisolatie inneemt tussen de andere isolatiemaatregelen, leest u in Energielabel verbeteren: welke maatregelen tellen echt.
Kan uw vloer van onderaf worden geïsoleerd?
Drie dingen bepalen of isoleren vanuit de kruipruimte mogelijk is: de hoogte, de toegang en het vocht.
- De hoogte. Wie onder de vloer isolatie wil aanbrengen, moet daar kunnen werken. Milieu Centraal geeft als vuistregel dat de kruipruimte minstens 35 centimeter hoog moet zijn, gemeten tot de onderkant van de balken. Isolatiebedrijven hanteren daarbij verschillende eisen, dus het loont om meerdere bedrijven te laten kijken. Meet zelf, bij het luik en op een paar andere plekken, de afstand van de bodem tot de onderkant van een balk of van de betonvloer, want de bodem is lang niet altijd vlak.
- De toegang. Er moet een kruipluik zijn waardoor u, of de vakman, onder de vloer kan komen, en het luik moet groot genoeg zijn. Zit het luik onder een vaste vloerafwerking of een kast, dan moet het eerst bereikbaar worden gemaakt.
- Droog of nat. Een kruipruimte is van nature vochtig, maar er hoort geen water in te staan. Staat er geregeld water, dan moet eerst de oorzaak worden gezocht, zoals een lekkende leiding, een kapotte afvoer of een hoge grondwaterstand. Voor kruipruimtes waar soms water staat, noemt Milieu Centraal materialen die kunnen drijven, zoals een speciale luchtkussenfolie of een laag piepschuimchips (EPS).
Is de kruipruimte te laag of ontbreekt hij, dan zijn er volgens Milieu Centraal andere mogelijkheden, zoals de kruipruimte vullen met isolatiemateriaal of isolatie boven op de vloer aanbrengen.
Vloerisolatie of bodemisolatie: het verschil
Bij vloerisolatie wordt het isolatiemateriaal direct tegen de onderkant van de vloer aangebracht, tussen of onder de balken bij een houten vloer of tegen de onderkant van een betonvloer. De warmte blijft dan in de woning, en de kruipruimte wordt een koude ruimte onder een geïsoleerde vloer. Vloerisolatie geeft in de regel het meeste effect, maar vraagt dat iemand in de kruipruimte kan werken.
Bij bodemisolatie komt het materiaal op de bodem van de kruipruimte te liggen. Dat isoleert de kruipruimte zelf van de koude en vochtige grond, zodat de lucht onder de vloer minder afkoelt en minder vochtig wordt. Bodemisolatie kan vaak vanaf het luik worden aangebracht, wat het geschikt maakt voor lage kruipruimtes. Het effect op de warmte van de vloer is in de regel kleiner dan bij isolatie direct tegen de vloer, omdat de geventileerde lucht tussen bodem en vloer nog steeds koel is.
Soms worden beide gecombineerd. Let dan op de subsidie: als bodem- en vloerisolatie in dezelfde kruipruimte direct boven elkaar worden aangebracht, krijgt u volgens RVO maar voor één van beide subsidie.
Milieu Centraal adviseert bij isolatie van de onderkant van de vloer een isolatiewaarde (Rd) van ten minste 3,5, en bij voorkeur tussen 3,5 en 5; bij vloerverwarming adviseert Milieu Centraal een Rd van minimaal 5. Hoe dik het materiaal daarvoor moet zijn, verschilt per materiaal; vraag het bedrijf om de Rd-waarde op de offerte te zetten.
Materialen voor de onderkant van de vloer
Voor isolatie tegen de onderkant van de vloer noemt Milieu Centraal onder meer thermoskussens, platen van EPS (piepschuim), kurk, hout of vlas, schuim en glas- of steenwol. De belangrijkste soorten in de praktijk:
- Isolatieplaten. Platen die tussen of tegen de balken of tegen de betonvloer worden bevestigd. Ze zijn goed te controleren en weer te verwijderen, maar moeten nauwkeurig worden gezaagd en aangesloten. Kieren tussen de platen en open plekken rond leidingen verminderen het effect. Milieu Centraal benadrukt dat het materiaal goed moet aansluiten, zonder kieren en zonder stukken over te slaan.
- Gespoten schuim. PUR- of PIR-schuim dat tegen de onderkant van de vloer wordt gespoten en daar uithardt. Het sluit goed aan op een onregelmatige ondergrond en rond leidingen. Nadelen zijn dat het vast hecht aan de vloer, wat later herstel aan balken of leidingen lastiger maakt, en dat gespoten materiaal volgens Milieu Centraal lastiger te recyclen is; Milieu Centraal noemt PUR-schuim een minder goede keuze. Voor ISDE-subsidie moet gespoten PIR of PUR volgens RVO met een HFK-vrij blaasmiddel zijn gemaakt.
- Thermoskussens en folie. Thermoskussens zijn kussens van meerdere lagen folie met luchtkamers, die aan de balken worden vastgeniet en met tape aan elkaar worden geplakt. Ze zijn licht en snel aan te brengen. Laat u bij reflecterende folies niet alleen leiden door de beloofde isolatiewaarde: vraag welke Rd-waarde het product haalt in de opbouw waarin het wordt toegepast, en of het op de meldcodelijst van RVO staat.
Materialen voor de bodem van de kruipruimte
Op de bodem van de kruipruimte worden vooral losse materialen en dekens toegepast:
- Schelpen. Een laag schelpen die via slangen of buizen door het luik in de kruipruimte wordt geblazen. Schelpen laten lucht door en worden vaak gebruikt in vochtige kruipruimtes. Voor een merkbare isolatiewaarde is een flinke laagdikte nodig, wat bij een lage kruipruimte weer ruimte kost.
- EPS-korrels of chips. Korrels piepschuim die op de bodem worden geblazen. Ze nemen nauwelijks water op en kunnen bij water in de kruipruimte blijven drijven.
- Isolatiedeken of bodemfolie. Een deken of folie die over de bodem wordt uitgerold, soms gecombineerd met een isolatielaag. Een folie op de bodem remt vooral het vocht uit de grond. Milieu Centraal raadt aan om dampremmende kunststoffolie te gebruiken, bij voorkeur van PE, omdat PVC schadelijke stoffen kan bevatten. Gewone folie kan in theorie ook drijven, maar volgens Milieu Centraal blijft er in de praktijk vaak water op liggen.
Voor ISDE moet ook bij bodemisolatie het materiaal een isolatiewaarde van minimaal 3,5 halen en op de meldcodelijst staan; zie de subsidievoorwaarden hieronder.
Ventilatie en vocht: houd de kruipruimte gezond
De belangrijkste regel bij elke vorm van kruipruimte-isolatie: de ventilatieopeningen in de funderingsmuren moeten open blijven. Zonder frisse lucht kunnen volgens Milieu Centraal radon, vocht, schimmels en houtrot ontstaan. Controleer na het werk of alle roosters vrij zijn en niet zijn bedekt met isolatiemateriaal, folie of korrels.
Na vloerisolatie wordt de kruipruimte kouder, omdat er minder warmte uit de woning naar beneden lekt. Dat is de bedoeling, maar het heeft gevolgen. De lucht in de kruipruimte kan vochtiger worden, en waterleidingen die door de kruipruimte lopen, kunnen bij strenge vorst sneller bevriezen. Laat waterleidingen in de kruipruimte daarom isoleren, en vraag het bedrijf om de kruipruimte en het luik mee te nemen in het plan. Milieu Centraal raadt aan ook het kruipluik zelf te isoleren en de gaten rond leidingen door de vloer op te vullen.
Bij een houten vloer verdient het vocht extra aandacht. Balken en planken die in een vochtige, slecht geventileerde kruipruimte liggen, kunnen gaan rotten, en in zulke omstandigheden kan ook de echte huiszwam voorkomen. Laat bij een oude houten vloer vooraf de balkkoppen en de onderkant van de vloer controleren. Een verende vloer, een muffe geur of vochtplekken meldt u vooraf aan het isolatiebedrijf; Milieu Centraal adviseert vloerproblemen vooraf te melden. Rotte delen moeten eerst worden hersteld door een timmerman. Hoe houtrot ontstaat en hoe het verschil met huiszwam wordt vastgesteld, leest u in Houtrot herstellen in kozijnen en buitenhout.
Leidingen, de gasleiding en asbest in de kruipruimte
In de kruipruimte lopen vaak waterleidingen, de riolering, elektriciteitskabels en de gasleiding. Het isolatiebedrijf werkt daaromheen en moet voorkomen dat leidingen worden beschadigd, belast of onbereikbaar worden. De gasleiding verdient extra zorg: die mag niet worden beschadigd, en verbindingen moeten bereikbaar blijven voor controle. Ruikt u gas, ga dan niet zelf zoeken en bel de netbeheerder. Is een leiding verouderd of lekt hij, laat die dan herstellen of verleggen voordat er wordt geïsoleerd, want daarna is de leiding lastiger te bereiken.
In woningen die zijn gebouwd vóór 1994 kan asbest voorkomen, ook in de kruipruimte. Denk aan resten van asbestcementplaten die bij de bouw zijn achtergebleven, asbesthoudende plaatjes of platen aan of rond het kruipluik, en oude isolatie rond leidingen. U ziet niet met zekerheid of iets asbest bevat. Twijfelt u, raak het dan niet aan en laat het onderzoeken voordat het isolatiebedrijf aan de slag gaat; een goed bedrijf vraagt daar zelf ook naar. Hoe u asbest herkent en welke stappen dan gelden, leest u in Asbest herkennen bij verbouwen.
Hoe het werk gaat
De gang van zaken verschilt per methode, maar ziet er grofweg zo uit:
- Inspectie. Het bedrijf meet de hoogte, kijkt naar de toegang, het vocht, de staat van de vloer en de balken, de leidingen en de ventilatie, en let op verdachte materialen. Milieu Centraal adviseert om minimaal twee bedrijven uit te nodigen voor een adviesgesprek bij u thuis.
- Voorbereiding. Het luik wordt vrijgemaakt, puin en rommel worden zo nodig uit de kruipruimte gehaald, en bij water wordt eerst de oorzaak aangepakt.
- Aanbrengen. Bij vloerisolatie werken monteurs in de kruipruimte en bevestigen zij de platen of kussens, of spuiten zij het schuim. Bij bodemisolatie wordt het materiaal meestal vanaf het luik ingeblazen of uitgerold. Voor lage kruipruimtes zetten sommige bedrijven een op afstand bestuurde robot in die isolatie tegen de onderkant van de vloer spuit; vraag dan hoe het bedrijf de kwaliteit controleert, bijvoorbeeld met camerabeelden.
- Afwerking en controle. Het luik wordt geïsoleerd, de ventilatieopeningen worden gecontroleerd en de gaten rond leidingen worden gedicht. Vraag om foto's van het werk; die heeft u ook nodig voor de subsidieaanvraag.
ISDE-subsidie en btw
Vloer- en bodemisolatie vallen onder de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) van RVO. De voorwaarden veranderen regelmatig; controleer ze op rvo.nl voordat u opdracht geeft. Op het moment van schrijven gelden onder meer deze voorwaarden:
- de bodem- en vloerisolatie beslaan samen minimaal 20 vierkante meter
- het materiaal heeft een isolatiewaarde van minimaal 3,5 en staat op de meldcodelijst van RVO
- een bouw- of installatiebedrijf voert het werk uit; zelf isoleren komt niet in aanmerking
- de regeling is bedoeld voor eigenaar-bewoners: u bent eigenaar van de woning en woont er zelf
- de woning is gebouwd vóór 1 januari 2019, of de omgevingsvergunning is aangevraagd vóór 1 juli 2018
- u vraagt de subsidie aan nadat het werk is uitgevoerd, binnen 24 maanden
- voor vloer- en voor bodemisolatie krijgt u elk maar één keer subsidie
- koopwoningen in de provincie Groningen en enkele gemeenten in Noord-Drenthe komen niet in aanmerking voor ISDE-isolatiesubsidie; daar gelden eigen regelingen
Combineert u vloerisolatie binnen 24 maanden met een andere isolatiemaatregel of een warmtepomp, dan kan dat de subsidie voor de isolatie verhogen. Vraag het bedrijf om een factuur met de datum, het oppervlak, de Rd-waarde, het type materiaal en de meldcode. Hoe de ISDE samenhangt met gemeentelijke regelingen en de Energiebespaarlening, leest u in Duurzaam verbouwen: subsidies en mogelijkheden.
Voor de btw geldt: de arbeidskosten voor het aanbrengen van isolatiemateriaal aan vloeren van een woning die ouder is dan twee jaar, vallen onder het verlaagde tarief van 9%; de isolatiematerialen zelf vallen onder 21%. De factuur moet dat dus splitsen. Of het lage tarief ook geldt voor isolatie op de bodem van de kruipruimte, noemt de Belastingdienst niet uitdrukkelijk; vraag het bedrijf hoe het dat factureert. Meer daarover in 9 of 21 procent btw bij verbouwen.
Wie doet het en waar let u op bij het bedrijf?
Vloer- en bodemisolatie wordt meestal uitgevoerd door een gespecialiseerd isolatiebedrijf. Herstel aan een houten vloer of aan balken vooraf is werk voor een timmerman. Wilt u isolatie combineren met andere ingrepen, zoals een nieuwe vloer, spouwmuurisolatie of een verbouwing van de begane grond, dan kan een aannemer het werk coördineren en het isoleren uitbesteden aan een specialist.
Let bij de keuze van het bedrijf op ervaring met uw type vloer en kruipruimte. Er bestaan KOMO-certificaten voor het na-isoleren van vloeren, onder meer uitgegeven via SKG-IKOB; vraag het bedrijf of het gecertificeerd is en volgens welke richtlijn. Voor het spuiten van PU-schuim tegen de onderkant van de begane grondvloer bestaat bovendien een apart procescertificaat op basis van BRL 2131 voor thermisch na-isoleren met PU-schuimspray. Vraag daarnaast naar de garantie, naar referenties van vergelijkbare woningen en of het bedrijf foto's van het werk levert. Veel aandachtspunten zijn dezelfde als bij spouwmuurisolatie.
VvE, huurwoning en monument
Woont u in een benedenwoning of een appartement, dan zijn de vloer en de kruipruimte vaak gemeenschappelijke delen, en beslist de vereniging van eigenaren over isolatie. Wat precies gemeenschappelijk is, staat in de splitsingsakte. Bovendien loopt de kruipruimte vaak door onder meerdere woningen, zodat het werk in de praktijk voor het hele gebouw tegelijk gebeurt. Breng het voorstel in de vergadering in. Meer over besluitvorming leest u in Verbouwen in een VvE-appartement.
Huurt u, dan is isoleren in de regel een zaak van de verhuurder. Wilt u zelf de vloer laten isoleren, vraag dan eerst schriftelijk toestemming; voor veranderingen die u bij het einde van de huur niet eenvoudig ongedaan kunt maken, is die in de regel nodig (artikel 7:215 BW). Laat de verhuurder de vloer isoleren als verbetering, dan mag hij een redelijke huurverhoging voorstellen (artikel 7:255 BW); voor het herstellen van een gebrek geldt dat niet. Laat u daarover vooraf goed informeren.
Bij een gewone woning is vloerisolatie doorgaans vergunningvrij. Bij een rijksmonument ligt dat anders, ook omdat het interieur en de historische vloerconstructie beschermd kunnen zijn. Vergunningvrij is daar alleen noodzakelijk regulier onderhoud dat is gericht op het behoud van de monumentale waarden, zolang detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet veranderen, en een inpandige wijziging aan een onderdeel van het monument dat geen monumentale waarde heeft (artikel 13.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving). Het isoleren van een historische vloer of balklaag valt daar in de regel niet onder en vraagt daarom meestal een omgevingsvergunning; of een vloer monumentale waarde heeft, bepaalt de gemeente. Voor gemeentelijke monumenten staan de regels in het omgevingsplan of de erfgoedverordening. Overleg daarom altijd vooraf met de gemeente. Wat er in het algemeen vergunningvrij is, leest u in Wanneer heeft u een vergunning nodig.
Wat hoort er in de offerte?
Vraag twee of drie offertes aan op basis van een inspectie ter plaatse, en controleer of ze dezelfde onderdelen bevatten:
- de uitkomst van de inspectie: hoogte, toegang, vocht, staat van vloer en balken, leidingen en eventueel verdachte materialen;
- de methode: vloerisolatie, bodemisolatie of een combinatie, en waarom;
- het oppervlak in vierkante meters, en welke delen niet worden geïsoleerd;
- het materiaal met merk en type, de dikte, de meldcode en de minimale isolatiewaarde na afloop, zoals Milieu Centraal adviseert;
- hoe de ventilatieopeningen vrij blijven en of het luik wordt geïsoleerd;
- het isoleren van waterleidingen in de kruipruimte en het dichten van gaten rond leidingen;
- eventueel herstel vooraf, zoals rotte balken of een lekkende leiding;
- de certificering, de garantie en foto's van het werk;
- een factuur met de gegevens die u voor de ISDE nodig heeft, en de splitsing tussen arbeid en materiaal voor de btw.
Hoe u offertes vergelijkt, leest u in Offerte vergelijken: zo leest u een bouwofferte.
Samengevat: meet de hoogte van de kruipruimte, kijk of er water staat, laat verdachte materialen onderzoeken en kies dan tussen vloer- en bodemisolatie. Houd de ventilatie open, isoleer de waterleidingen en bewaar de factuur en de foto's. Op VerbouwPro plaatst u uw klus kosteloos en reageren aannemers en timmermannen uit uw regio.