Een faillissement van de aannemer is voor een opdrachtgever het ergste scenario dat een verbouwing kent: het werk ligt stil, er is al betaald en de woning is half open. Toch is het geen situatie zonder regels. De Faillissementswet bepaalt wie er nu over uw overeenkomst beslist, het Burgerlijk Wetboek bepaalt van wie de materialen zijn die op de bouwplaats liggen, en keurmerken en verzekeringen bepalen of iemand de extra kosten draagt. Dit artikel loopt de stappen in de volgorde waarin zij zich in de praktijk aandienen. De uitkomst verschilt per situatie; bij grote belangen is juridisch advies, bijvoorbeeld via uw rechtsbijstandverzekering, geen overbodige luxe.
Stap 1: controleer het faillissement en stop met betalen aan de aannemer
Geruchten zijn geen faillissement. Een bedrijf is pas failliet wanneer de rechtbank dat heeft uitgesproken; in hetzelfde vonnis benoemt de rechtbank een curator (artikel 14 Faillissementswet). Die uitspraak wordt ingeschreven in het Centraal Insolventieregister van de Rechtspraak (artikel 19 Faillissementswet), een openbaar register dat u zelf online doorzoekt op naam, KvK-nummer of postcode en huisnummer. Ook in het Handelsregister van de KvK wordt het faillissement vermeld, inclusief de naam van de curator. Zoekt u de aannemer en vindt u niets, dan is er mogelijk sprake van surseance van betaling, een schuldregeling of simpelweg een aannemer die niet meer reageert; in dat laatste geval geldt het gewone recht bij wanprestatie, met een ingebrekestelling als eerste stap.
Is het faillissement uitgesproken, dan betaalt u niets meer aan de aannemer zelf. De aannemer mag na het vonnis niet meer over zijn vermogen beschikken; alleen de curator is bevoegd. Betaalt u toch een openstaande termijn op de oude rekening, dan loopt u het risico dat die betaling niet bevrijdend is en dat de curator het bedrag nogmaals vordert. Betaal uitsluitend na schriftelijke instructie van de curator, en alleen voor werk dat daadwerkelijk is verricht.
Stap 2: de curator en uw overeenkomst (artikel 37 Faillissementswet)
Uw aannemingsovereenkomst eindigt niet automatisch door het faillissement. De wet geeft de curator de keuze om de overeenkomst alsnog na te komen ("gestand te doen") of niet. Omdat u niet eindeloos in onzekerheid mag blijven, kunt u die keuze afdwingen: u stelt de curator schriftelijk een redelijke termijn om te verklaren of hij de overeenkomst nakomt. Verklaart hij zich binnen die termijn niet bereid, dan verliest de curator het recht om van u nakoming te vorderen (artikel 37 lid 1 Faillissementswet). Verklaart hij zich wél bereid, dan moet hij daarbij zekerheid stellen voor die nakoming (artikel 37 lid 2). In de praktijk kiest een curator bij een particuliere verbouwing zelden voor gestanddoening: er is geen personeel meer, geen krediet bij leveranciers en geen belang voor de boedel. Reken er dus op dat u zelf verder moet.
Stuur die brief per e-mail én aangetekend, vermeld het faillissementsnummer, voeg de overeenkomst en een overzicht van betaalde termijnen bij en vraag de curator in dezelfde brief om een standpunt over de materialen op de bouwplaats en om vrijgave van het werk, zodat u een andere aannemer kunt inschakelen. Blijft een reactie uit of weigert de curator, dan kunt u de overeenkomst ontbinden; de vordering die daaruit voortvloeit, dient u in als concurrente schuldeiser (artikel 37a Faillissementswet).
Stap 3: uw vooruitbetaalde termijnen zijn een concurrente vordering
Alles wat u heeft betaald voor werk dat niet is uitgevoerd, en de extra kosten die een nieuwe aannemer u in rekening brengt, vormen samen uw vordering op de boedel. U dient die in bij de curator met bewijsstukken: de overeenkomst, facturen, betaalbewijzen en liefst een opname van de stand van het werk. Juristen noemen dit "indienen ter verificatie". Doe dat snel en volledig; de curator stelt op basis van alle ingediende vorderingen een rangorde en uitdelingslijst op.
Wees realistisch over de opbrengst. Eerst worden de boedelkosten betaald, waaronder het salaris van de curator, daarna de preferente schuldeisers, zoals de Belastingdienst en het UWV, terwijl een bank met pand- of hypotheekrecht zich als separatist buiten de rangorde om op haar onderpand verhaalt, en pas daarna de gewone, concurrente schuldeisers, waartoe u als opdrachtgever behoort. De KvK schrijft het onomwonden: de kans is groot dat een concurrente schuldeiser niets of slechts een deel krijgt. Veel faillissementen van kleine bouwbedrijven eindigen zelfs "bij gebrek aan baten", zonder enige uitkering. Plan uw herstart daarom alsof dit geld weg is; een eventuele uitkering komt vaak pas na jaren en is dan een meevaller. Was het bedrijf een eenmanszaak of vof, dan is de ondernemer privé aansprakelijk, maar ook dan deelt u mee in dezelfde rangorde.
Stap 4: van wie zijn de materialen op de bouwplaats?
Hier lopen drie situaties door elkaar, en het antwoord verschilt per situatie.
- Verwerkt in de woning. Kozijnen die zijn geplaatst, metselwerk dat staat, leidingen die zijn aangelegd: wat duurzaam met uw woning is verenigd, is door natrekking uw eigendom geworden (artikel 5:20 jo. 3:4 BW). Dat geldt ook als de aannemer zijn leverancier nooit heeft betaald. De leverancier kan die zaken niet meer terughalen; hij heeft alleen een vordering op de boedel.
- Geleverd, nog niet verwerkt, door u betaald. Staan de pakketten isolatie of de badkamer op uw naam gefactureerd en betaald, of heeft u met de aannemer schriftelijk vastgelegd dat betaalde materialen uw eigendom zijn, dan zijn ze van u. Leg dat met facturen en foto's aan de curator voor en laat ze niet afvoeren.
- Geleverd, nog niet verwerkt, niet door u betaald. Dit is het lastige geval. Veel bouwleveranciers leveren onder eigendomsvoorbehoud (artikel 3:92 BW): zij blijven eigenaar tot de aannemer betaald heeft. Zij kunnen die materialen via de curator terugvragen. Is er geen voorbehoud, dan behoren de materialen tot de boedel en beslist de curator wat ermee gebeurt. U mag ze niet zonder meer gaan gebruiken; vraag de curator schriftelijk of u ze kunt overnemen, vaak tegen een redelijke vergoeding.
Wat u in alle gevallen doet: foto's maken van alles wat er ligt, de bouwplaats afsluiten en niemand zonder overleg met de curator iets laten ophalen. Een leverancier die zonder toestemming materialen komt weghalen, moet u naar de curator verwijzen.
Stap 5: onderaannemers en leveranciers die bij u aankloppen
De stukadoor, de installateur of de houthandel die door uw aannemer zijn ingeschakeld en niet zijn betaald, melden zich soms bij u met de vraag om hun facturen te voldoen, soms met de suggestie dat zij anders "hun werk" komen weghalen. Juridisch is het eenvoudig: u heeft met hen geen overeenkomst. Zij hebben een vordering op de failliete aannemer en moeten die bij de curator indienen; u bent hun niets verschuldigd. Betaalt u hen uit coulance, dan betaalt u twee keer voor hetzelfde werk. Wat wél kan: een onderaannemer die het werk kent, rechtstreeks inhuren voor het resterende werk, onder een nieuwe, schriftelijke overeenkomst en tegen een nieuwe prijs. Spreek dan uitdrukkelijk af dat oude vorderingen op de aannemer buiten die afspraak blijven.
Stap 6: waarborg van een keurmerk, verzekering en rechtsbijstand
Of iemand anders de schade draagt, hangt af van wat u vóór de start heeft geregeld. Bij een aannemer die is aangesloten bij BouwGarant kon u voor aanvang een Verbouwgarantie afsluiten; die vergoedt bij faillissement de extra afbouwkosten en dekt na oplevering verborgen gebreken. De regeling moet vóór de start zijn afgesloten, vereist een getekend contract met kostenspecificatie en een betaalschema volgens de regels van BouwGarant; u ontvangt een certificaat als bewijs. Heeft u dat certificaat, meld de schade dan direct. De waarborgcertificaten van Woningborg en SWK zijn bedoeld voor kopers van een nieuwbouwwoning: zij dekken de afbouw bij faillissement van de bouwer en garantieklachten na oplevering, maar gelden niet voor een gewone verbouwing van een bestaande woning, tenzij uw project onder een specifieke renovatieregeling van zo'n waarborgfonds is aangemeld. Welk keurmerk wat precies dekt, leest u in Keurmerken in de bouw uitgelegd.
Een CAR-verzekering dekt materiële schade aan het werk tijdens de bouw, zoals storm, diefstal of een gesprongen leiding; het faillissement zelf is geen gedekte schade. Was de CAR-polis door de aannemer afgesloten, dan vervalt de dekking meestal met het faillissement en staat uw halve verbouwing onverzekerd; informeer uw opstalverzekeraar en vraag of een eigen CAR-dekking voor de resterende periode mogelijk is. Een rechtsbijstandverzekering met consumenten- of woondekking vergoedt doorgaans de juridische hulp bij het aanschrijven van de curator, het beoordelen van de nieuwe overeenkomst en eventuele geschillen. Zijn er na oplevering gebreken aan het oude werk, dan kunt u die niet meer bij de failliete aannemer verhalen; hoe garantie dan werkt, leest u in Garantie na een verbouwing.
Stap 7: verder met een nieuwe aannemer
Voordat iemand anders aan het werk gaat, legt u de stand van het werk vast. Maak gedetailleerde foto's en video van elke ruimte, noteer wat af is, wat half af is en wat ontbreekt, en laat bij een grotere verbouwing een onafhankelijke bouwkundige een opnamerapport maken. Dat rapport is uw bewijs tegenover de curator (voor uw vordering), tegenover de nieuwe aannemer (voor de afbakening van zijn werk) en later bij gebreken. Vraag de curator schriftelijk om bevestiging dat u de bouwplaats mag vrijgeven aan een derde.
Vraag daarna minimaal twee aannemers om een offerte op basis van het opnamerapport en de oorspronkelijke tekeningen. Een nieuwe aannemer rekent gewoonlijk een opslag voor het overnemen van half werk: hij moet controleren wat zijn voorganger deed en soms delen opnieuw maken. Leg in de nieuwe overeenkomst vast welk werk bestaand is en welk werk nieuw. Dat is sinds de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen extra belangrijk: de aannemer is na oplevering aansprakelijk voor gebreken die bij de oplevering niet zijn ontdekt, tenzij die hem niet zijn toe te rekenen (artikel 7:758 lid 4 BW). Voor het werk van zijn failliete voorganger wil hij die aansprakelijkheid redelijkerwijs niet dragen, dus verwacht een uitsluiting voor bestaand werk en een eigen oplevering van het nieuwe deel. Valt uw project onder kwaliteitsborging, informeer dan ook de kwaliteitsborger en de gemeente over de wisseling van aannemer. Financiert u met een bouwdepot, meld de situatie dan bij de bank; sommige geldverstrekkers vragen een aangepaste verbouwingsspecificatie.
Voorkomen bij een volgende verbouwing
- Betaal naar voortgang. Een beperkte eerste termijn, tussentermijnen bij herkenbare mijlpalen en een slottermijn na oplevering; na elke betaling moet er meer werk staan dan u heeft betaald. Hoe dat eruitziet leest u in Aanbetaling aan de aannemer.
- Grote bedragen alleen via depot of garantie. Een notarieel depot of een bankgarantie van de aannemer houdt uw geld buiten de boedel.
- Materialen op uw naam. Laat maatwerk met lange levertijd op uw naam factureren of leg schriftelijk vast dat betaalde materialen uw eigendom zijn.
- Controleer vooraf. Zoek het bedrijf op in het Handelsregister (bestaat het, wie is bestuurder, hoe lang bestaat het) en in het Centraal Insolventieregister; een eerder faillissement van dezelfde bestuurder is een signaal, geen oordeel.
- Kies een keurmerk met afbouwwaarborg en sluit die waarborg daadwerkelijk af vóór de start; een lidmaatschap alleen dekt niets.
- Let op signalen tijdens de bouw. Leveranciers die niet meer leveren, personeel dat verdwijnt, verzoeken om termijnen eerder te betalen: stel dan betaling uit tot het werk zichtbaar is en vraag opheldering.
Een faillissement treft ook de vakmensen die voor de aannemer werkten. De timmerman of metselaar die uw project kent, is vaak de snelste weg naar een afgeronde verbouwing, mits u de afspraken opnieuw en schriftelijk maakt.